Gek van het weer

Ja, ja er loopt een 'Pelleboer' rond op de werkvloer bij de Open Universiteit. Niet dat ik als weerman in dienst ben, maar het weer is mijn leven. Sommigen van jullie weten dat en raadplegen mij elke vakantie voor temperaturen, sneeuwhoogtes, enzovoorts. Ook is het traditie dat ik tien dagen voor de Witte Donderdagloop begin met een weersverwachting voor deelnemers van de Open Universiteit. In 1999 kwam de verwachting wel heel goed uit waardoor enkelen al opmerkingen plaatsten als "je lijkt alle wetten van de voorspelbaarheid door weermannen te tarten" of "het wordt tijd om alle Bernards, Timofeefs en Krollen aan de kant te zetten en op alle publieke en commerciële netten uitsluitend onze verschrikkelijke weerman Darco de weerberichten te laten verzorgen".

Eclips valt in het water

Mijn vrije dagen en vakanties plan ik ook vaak rondom specifieke weerssituaties. In 1999 moest ook ik naar de totale zonsverduistering. Ik als 'ervaren' meteoroloog zou de familie wel leiden. Ik bepaalde de statistisch gezien meest ideale plek van West-Europa en reserveerde tien maanden tevoren een hotel in die buurt. Het hotel had Internetverbinding zodat ik in de dagen en uren voor de totale eclips het weer op de voet kon volgen. Tot het laatste moment konden we dan nog verkassen. Helaas, frontale storingen zorgden voor veel wolken en regen over bijna heel Europa. Het had 's nachts hard geregend en 's middags zou er een nieuwe storing passeren. De lage wolken zouden in de loop van de ochtend door de zon oplossen en tijdens de maximale verduistering, rond 12:30uur, konden er opklaringen voorkomen. Ik koos voor een vrije bergtop met ruim uitzicht op het westen, van waar de maanschaduw het eerst zichtbaar zou zijn. De bewolking werd inderdaad steeds lichter maar een half uur voor de totaliteit werd het op de bergtop al aardedonker! We zaten midden in de wolken. Wat bleek: door de temperatuurdaling tijdens de eclips zakte de wolkenbasis van lage wolken (stratus). Even had ik een overweging om snel naar het dal te gaan. Had ik dat maar gedaan dan hadden we veel van de totale eclips kunnen zien. Nu was het beperkt tot een schamele twee seconden. Een meteoroloog was door het ijs gezakt, de mist in gegaan. Ik kon wel huilen.

Jong geleerd...

Vroeger kwam het regelmatig voor dat ik huilde om het weer. Ik kon als kind helemaal overstuur zijn wanneer zich onverwachts een dooiaanval aankondigde. Kon er niet van eten, niet van slapen. Ik volgde de weerberichten op de voet: zou het toch niet anders aflopen? Bij invallende vorst, dooiaanval, onweersbuien werd ik 's nachts vaak wakker en keek regelmatig naar buiten. Op een ochtend (ik was toen ongeveer 6 jaar) was er, naar mijn mening, te weinig sneeuw gevallen en besloot ik aan weersbeïnvloeding te doen. Met de 'vitrageroede' werd ritmisch op het raam geslagen, en warempel het hielp. Mijn broer, wakker geworden door het geluid, was snel overtuigd van mijn vondst en begon mee te doen. Wat bleek, naarmate we het ritme opvoerden, ging het harder sneeuwen. Helaas heb ik, dankzij mijn ouders, deze manier van weersbeïnvloeding niet meer kunnen uitoefenen1.

Het verzamelen van weersinformatie was vroeger tijdrovend. KNMI had toen een meetnet gescheiden van dat van weeramateurs. In mijn tienertijd heb ik jarenlang mijn waarnemingen aan Hans de Jong doorgegeven. In die tijd luisterde ik naar vele weerberichten op de radio. Vooral de landbouw, (binnen)scheep- en luchtvaartberichten gaven je soms veel meer informatie. Je kon toen nooit helemaal vertrouwen op de weerdienst van één land. Door weerberichten van Engeland, Duitsland en Frankrijk te beluisteren, kon je zelf een goed beeld vormen. Tijdens hoogtijdagen betekende dit dat ik bijna twintig keer per dag naar weerberichten luisterde. Gedurende mijn studietijd in Utrecht werden actuele computerkaarten per fiets bij het KNMI opgehaald. Naast eerder genoemde bronnen werden deze kaarten door mij gebruikt voor mijn dagelijkse weersverwachting voor DomRoep, de lokale radio van Utrecht.

...Oud gedaan

Een beroepskeuze is voor mij nooit een probleem geweest. Als ik mijn moeder moet geloven, las ik al weerkaartjes voordat ik kon lezen. Meteoroloog op universitair niveau moest ik worden. Echter gouden bergen zijn niet meer wat ze zijn. Eenmaal afgestudeerd in de Meteorologie hoefde ik niet meer zo nodig in de operationele weerdienst. Het dynamische, heroïsche was eraf. Alles wordt tegenwoordig in toenemende mate door computers uitgevoerd en in de weerdienst zag en zie ik geen toekomst meer.

Dynamiek en snelheid

Was daarmee mijn droom om in de meteorologie te werken ten einde? "Welnee", dacht ik, "klimaatonderzoek is toch ook prachtig". El Niño werd mijn specialisme; een tastbaar onderzoeksthema. Iedereen heeft wel eens over dit verschijnsel gehoord. De bekendheid wordt veroorzaakt doordat deze anomale verwarming in de tropische Stille Oceaan gepaard gaat met belangrijke klimatologische en economische gevolgen over een groot deel van de wereld. Alles over El Niño, maar ook over het weer, broeikaseffect en klimaatveranderingen kan iedereen bekijken en bestuderen via mijn Opennet-webstek. Inmiddels is het weer en het bestuderen ervan niet meer mijn werk, maar het blijft een hobby. In mijn arbeidsleven blijf ik wel zoeken naar directe toepassingen met dynamiek en snelheid. Ik heb enige hoop dat ik dat bij de Open Universiteit blijf vinden.

(uit Werkwijzer, januari 2000)

Er is een variant om het harder te laten sneeuwen, nl. door het volgende vers te zingen als het begint te sneeuwen:

Sneeuwvlokje, sneeuwvlokje, daal maar neer
kom maar van ons lieve heer
kom maar van de engeltjes
voor ons, kleine bengeltjes