|
start
verhalen
van Patricia
oma Ger
oma Nonnon
honden
terugblik, een
liefdesverhaal
Porsche
Gedeelde
aandacht
Agosto
kwart eeuw bits
en bytes
pen en papier
eclips 1999
nieuwe computer
van Donatella
Nonna Gina
Nonno Salvatore
La signora
olandese
zoeken
|

Agosto italiano
Eigenlijk wil ze het niet, maar ze voelt zich geïrriteerd. Vakantie is voor haar rust, gemak en een haast niet te omschrijven gevoel van vrij zijn. En nu zit ze zich op te winden, omdat Hans een eind voor haar rijdt met een snelheid van zeker twintig kilometer boven de toegestane snelheid. Ze weet dat ze het vliegtuig moeten halen, en voor haar gevoel zijn ze ruim op tijd vertrokken. Maar Hans heeft de rit van hun huis naar het Belgische Charleroi al vaker gemaakt, en ze heeft er verder niet bij nagedacht toen hij zei dat ze er twee uur over zouden doen. Het is niet bij haar opgekomen om te vragen met welke snelheid hij dat dan gedaan heeft. Bewust probeert ze de ongemakkelijke gevoelens weg te ademen. Toch proeft ze nog lange tijd de adrenaline in haar mond. Helemaal weg gaan de irritatie en de spanning niet, maar ze weet dat ze al haar aandacht voor de weg nodig heeft. Het regent af en toe en er is veel verkeer. Even herinnert ze zich de motorritten van twintig jaar geleden. Toen reed ze altijd achteraan als ze met de motorclub op stap ging. Het was niet gemakkelijk geweest de anderen bij te houden met haar lichte motor. Geregeld had ze vol gas gereden, terwijl de voorsten in de groep zich netjes aan de snelheid konden houden. Het geeft haar hetzelfde gevoel, een soort onmacht. Toch is het nu anders. Naast haar zit hun dochter Karen en haar vriend Paul. Bij Hans in de auto zitten hun jongste kind Luc en hun oudste dochter Evelien en haar vriend Rob. Het is voor het eerst dat ze met z’n allen op vakantie gaan. Het is ook voor het eerst dat ze daarvoor het vliegtuig pakken. Omdat ze vermoedt dat het misschien wel de eerste en de laatste keer is, heeft ze een reden voor deze reis verzonnen. Omdat Hans en zij elkaar 25 jaar kennen, trakteren ze zichzelf en hun kinderen op deze vakantie.
Ze denkt terug aan hoe dit idee is ontstaan. Dit jaar zou Hans voor het eerst meegaan sinds ze het bedrijf overgenomen hadden. Hij had zelf voorgesteld om naar Rome te gaan. Ruim twee maanden voordat ze zouden vliegen moest alles nog geregeld worden. Ergens had ze gehoopt dat het niet door zou gaan. Het was toch wel griezelig dat vliegen, en echt goedkoop zou het niet worden. Maar ze had zich over laten halen door de kinderen. Evelien had enthousiast reisbureaus bezocht, en kwam het weekend erop met een stapel reisgidsen logeren. Karen en Hans hadden op internet gekeken naar de vliegtickets, en naar huurauto’s. Langzaam is ze gewend geraakt aan het idee van een vliegvakantie. Ze krijgt er steeds meer zin in als ze zelf via internet op zoek gaat naar grote huizen in de buurt van Rome. Ook de stad Rome krijgt haar aandacht, en ze denkt weer aan al die verhalen over kunstwerken, die een collega van haar vroeger verteld heeft. Af en toe ziet ze zichzelf al lopen in die grote stad, en ze is reuze benieuwd hoe hun kinderen zullen reageren. Toch sluimert er nog enige onrust in haar. Het zal druk worden die eerste dagen van haar vakantie. Ze ziet zichzelf vele wassen draaien en strijken in de dagen voordat ze zullen gaan. Haar ouders komen op de honden passen, en ze wil alles aan kant hebben. Ze krijgt er plezier in haar huis als een hotel te beschouwen, als ze de bedden verschoont en de tuin verzorgt. Het is jammer dat de keuken nog niet helemaal af is, maar ze is blij dat het brede fornuis te gebruiken is. Had ze nu maar een tuinhuis gehad om gasten te ontvangen.
Als ze de vertrekhal binnenkomt wordt de spanning van de dreiging van het te laat komen wordt vrijwel meteen vervangen door een lichte opwinding van wat er komen gaat. Ze geniet altijd als ze haar gezin om zich heen heeft. Ze kunnen goed met elkaar opschieten, hoe verschillend iedereen ook is. Meestal lachen ze wel om dezelfde dingen. Na het inchecken blijkt dat haar horloge van echt metaal is, en dat Rob nog een schaartje bij zijn pleisters in zijn handbagage heeft bewaard. Het vliegtuig lijkt van buiten kleiner dan ze zich had voorgesteld. Gelukkig staan ze helemaal vooraan bij de deuren van de vertrekha. Als een van de eersten lopen ze snel door de koude en natte wind naar de achterste trap. Een beetje onwennig wurmt ze zich met Hans door een rij van drie stoelen om bij het raam te kunnen zitten. De kinderen zitten aan de andere kant van het gangpad. Ze heeft niet erg veel ruimte om te bewegen, maar echt benauwd vind ze het nog niet. Het trilt aan alle kanten als de piloot van de Boeing de motoren start en de baan op taxiet. Vanuit haar raampje kan ze een stukje van de vleugel en de linkermotor zien. Het duurt haar te lang voordat ze daadwerkelijk gaan opstijgen. Ze begrijpt nu de uitdrukking van het aanzwellen van geluid. Onwillekeurig legt ze even de link naar de acceleratie van hun Porsche. Ze hoort haar kinderen net als zij een kreet slaken als ze eindelijk van de grond loskomen. Omdat ze door de wolken vliegen kan ze niets zien. Ze kan alleen voelen hoe snel ze opstijgen. Het felle witte licht dat de wolken weerkaatsen is tegelijkertijd nieuw en vertrouwd. Plotseling beseft ze dat als ze dood gaat, ze ook zulk licht tegemoet gaat.
De vlucht duurt twee uur. Met verbazing bekijkt ze de dans van de stewardessen. Daarin leggen ze uit wat te doen als er rampen dreigen te gebeuren. In een flits denkt ze aan het vliegtuig dat neergestort was op 11 september in Amerika. Al die hulpmiddelen, die nu werden uitgelegd hadden toen ook niet geholpen. Ze houdt haar riem om. In de auto vindt ze het ook prettiger om vast te zitten.
Ze geniet van de wolken met hun vreemde uitstulpingen. Het doet haar pijn aan de ogenals ze door het kleine raam in de verte tuurt naar al die verschillende vormen. Soms ziet ze autowegen met kleine langzaam bewegende auto’s en kronkelende rivieren met boten. Het valt haar tegen dat het lijkt alsof ze niet zo hard gaan. Ze probeert de kaart van Europa voor de geest te halen, en ze heeft spijt dat ze zich niet beter heeft voorbereid. Hans kijkt af en toe over haar schouder mee en probeert haar te helpen om te bepalen waar ze zich nu bevinden. Ze krijgt al een idee over Italië als ze de Alpen gepasseerd zijn. De kleur van het landschap verandert in donkergeel met schakeringen van terra. Aan de groene stippen herkent ze de cipressen. De kinderen kunnen aan hun kant de Middellandse Zee zien, en ze hebben een beter uitzicht over Rome. Vanuit de lucht kun je ook de landhuizen herkennen die meestal een zwembad hebben met felblauw water erin. Ze stelt zich voor dat een van die huizen hun huisje is. Dan wordt eindelijk de landing ingezet. Ze voelt hoe de mensen in het vliegtuig weer energie krijgen. Een verwachtingsvolle spanning maakt zich van iedereen meester als het vliegtuig met piepende remmen tot stilstand komt. Als ze buiten komen overvalt de warmte hen als een deken.
Ze tikt de laatste woorden van haar verslag van die dag. Tevreden leunt ze achterover. Ze is het helemaal eens met haar eigen woorden, dat vakantie in jezelf zit. De kleine Palmcomputer rust op het tasje van het witte oprolbare toetsenbord. Ze zit op het terras van het vakantiehuis aan een witte oude keukentafel met een grijs marmeren blad. Haar onderarmen zijn koel door het marmer. De avond maakt haar loom en warm. Krekels maken een oorverdovende herrie. In het huis naast dat van hen hoort ze een kinderstem. Het is Luca van anderhalf, de kleinzoon van Susanna, de verhuurster van het vakantiehuis. Hij mag van zijn opa en oma niet naar hun kant komen, maar als ze zwaait, dan zwaait hij terug.
Luc en Rob zijn op het gras aan het voetballen. Ze is bang dat de jongens planten beschadigen, en af en toe roept ze dat ze voorzichtig moeten zijn, maar ze begrijpen haar niet. Als de voetbal lek raakt door de bladeren van de yucca spelen de jongens verder met een kleinere bal. Achter de oleanders en lavendel hoort ze Paul en Karen in het zwembad lachen. Hans heeft voor het avondeten gezorgd, en ligt nu voldaan te lezen. Ze hebben eindelijk inkopen kunnen doen sinds ze in Italië zijn. Het is niet gemakkelijk geweest om een supermarkt te vinden die open was op tijden die voor hen gunstig waren. Na twee dagen als toerist rond te hebben gelopen in Rome en Assisi zouden ze deze avond uitrusten en morgen naar het strand gaan. Het lijkt alsof het sneller donker wordt, maar ze blijft zitten om te genieten van het uitzicht. Thuis heeft ze niet de mogelijkheid om in de avondzon te zitten, er staan teveel bomen. Hier op de heuvel hoort ze de geluiden verstillen. Er is hondengeblaf en af en toe weerkaatst het geluid van een auto tegen hun huis. Ver in het noorden hangen donkere onweersbuien en ze hoort het gerommel zoals ze dat de avond eerder ook heeft gehoord. Het is al die tijd droog gebleven, maar in het noorden hebben zware hagelbuien verwoestingen aangebracht op druivenplantages en campings.
Ze staat op van de terrastafel, met de enige GSM in haar hand die ze nog hebben. Hans is in Rome zijn telefoon kwijtgeraakt. Ze weten niet of de telefoon gestolen is in de drukke metro of dat hij uit zijn zak gegleden is toen ze bij het Colosseum in het gras zaten. Ze loopt naar het midden van de grote tuin, het is de plek waar ze de beste ontvangst heeft. Ook deze avond is de planeet Venus als eerste zichtbaar in het Westen. Net zoals voorgaande avonden zullen de sterren zich helder presenteren aan de hemel. Ze mist haar verrekijker om de Melkweg te bekijken. Ze heeft meteen verbinding en zoals gewoonlijk is haar vader als eerste bij de telefoon. Ze mist de honden, maar dat durft ze niet te zeggen. Hoe wonderlijk toch dat je zomaar contact kan maken met iemand op 1500 kilometer afstand? Ze voelt zich ook altijd verbonden met de ander als ze bedenkt dat ze beiden naar dezelfde sterren kunnen kijken. Ze weet precies waar Venus te zien is in haar woonplaats.
Ze heeft maar een klein deel van Rome en een groter deel van Assisi gezien, en ze heeft al een wereld van verschil kunnen proeven. Van Rome is haar de enorme collectie kunstschatten bijgebleven, van Assisi de serene blikken van S. Francesco en Sta. Chiara. Het is heel druk in Rome, vooral op de straten en in de metro. De enige plek met stilte zit in haar als haar blik valt op een groepje kleine iconen achter glas in het Vaticaans museum. In gedachten ziet ze de maker ervan aan een eiken tafel zitten, voorovergebogen bij het zwakke schijnsel van kaarslicht.
Verwonderd heeft ze door het Vaticaan gelopen; wat een rijkdom en wat een pracht en praal. En ze stelt zich de paus voor, voortschuifelend door de wandelgangen. In Assisi heeft ze de kunst heel anders ervaren. De kleuren lijken frisser en natuurlijker, en er zijn veel meer religieuze voorstellingen. Net als in Rome krijgt ze niet de kans om op haar gemak de winkeltjes te bekijken. Haar tempo is duidelijk anders dan dat van haar reisgenoten, maar ze heeft zich aangepast. Ze zuigt alle indrukken in haar op, in de hoop dat ze ze later weer kan oproepen. Luc is een film aan het maken, en af en toe maakt ze zelf een foto; of dat voor haar geheugen genoeg zal zijn zal de toekomst leren. Wat nog steeds op haar netvlies verschijnt is het beeld van die ene bedelaar die geld geeft aan een kromgegroeid oud vrouwtje met een stok en tas vol bezittingen, terwijl toeristen en omstanders hun jachtige tred blijven volgen. Ze is verward geweest. Hebben deze mensen wel een keuze gehad, had ze ze zich afgevraagd. En hoe verhoudt de rijkdom van deze stad zich met deze ellende? Ze voelt zich laf als ze net als al die anderen verder loopt. De meeste mensen die ze tegenkomt zijn toeristen. Op hun eerste avond in Italië heeft ze een glimp opgevangen van de mensen die op het platteland wonen.
De vakantievilla staat in het gehucht Sieno, dat oostelijk ligt van Magliano di Sabina, tachtig kilometer ten noorden van Rome. Als ze in Magliano rondlopen tijdens hun zoektocht naar een supermarkt krijgt ze een glimp te zien van de gewoontes van de bewoners. Overal zitten of staan groepjes mensen bij elkaar. De lome warmte heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een verfrissend windje. In een van de steegjes waar ze langs is gelopen staat een keukentafel met vier stoelen. Vier vrouwen in bloemetjesjurken zijn heftig met elkaar aan het praten. Ze heeft niets van het gesprek verstaan. Even verderop zit een oudere vrouw in de deuropening van haar balkon naar hen te kijken. Haar handen liggen in de schoot. Het is niet eenvoudig de leeftijd te schatten van deze mensen. De zon heeft hun gezichten getekend. Bij de ingang van het stadje zitten twee oudere heren een gesprek te voeren, op een van de twee banken langs de weg. Hun handen volgen hun woorden in het luchtruim. De jongere mensen flaneren of rijden op lawaaimakende scooters. Ze heeft de tijd genomen om al deze taferelen in haar geheugen op te slaan. Het tempo van leven in een dorp is zo duidelijk anders dan dat van Rome, maar ze beseft dat ze Rome niet op dit uur van de dag heeft kunnen bekijken.
De zon gaat weer onder en ze zit op het terras. Ze heeft net ijstaart gegeten. In Calvi dell’ Umbria, een typisch dorp dat tegen een heuvel is aangebouwd, hebben ze in een café hun laatste lekkere inkopen gedaan. Morgen gaan ze weer naar huis. Ze vindt dat de vakantie snel voorbij is gegaan. Maar ze hebben dan ook veel gereisd in hun huurauto, zo’n 1350 kilometer. De tijd is te kort geweest om ook nog Napels en omgeving te kunnen bezoeken. En ze had graag meer van Rome willen zien.
Gisteren hebben ze een rustdag gehad en zijn ze naar het strand geweest. Op de kaart hebben ze
Tarquina del Lido als hun reisdoel gekozen. Het landschap verandert opvallend als ze naar het westen rijden. Lazio is in de kuststreek veel weidser dan in het binnenland. Er zijn grote landerijen met veel reeds geoogste tarwevelden. Ze zien er dor en verdroogd uit.
De olijfboomgaarden zijn veel ouder, en de bomen staan verder van elkaar af. Onderweg komen ze vele bouwwerken tegen uit de tijd van de Etrusken, en ze besluit er thuis meer over te gaan lezen.
Het ziet er allemaal veelbelovend uit als ze de auto parkeren. De eerste blik op het strand en de ligstoelen was er een van verbijstering geweest. Er is geen strook met zand waar de kinderen kunnen voetballen. De zee kwam bijna tegen de ligstoelenstrook aan. Omdat er veel stoelen leeg waren, had ze gedacht dat ze een paar stoelen kon huren. In de bijbehorende strandtent blijkt dat niet te kunnen, ze zijn al verhuurd. Luc laat zijn teleurstelling duidelijk blijken. Het is ook haar voorstelling van een dagje strand niet. Er is een enorme herrie van gillende en huilende kinderen, roepende ouders en een jukebox waar Italiaanse muziek gedraaid wordt. Als ze even op een terrasje wat drinken en wachten op Paul en Rob, die toch een duik in het water maken, maken ze plannen om verder te rijden, in de hoop op een beter stukje strand.
Ze stoppen net iets ten noorden van Civitavécchia, waar ze tussen de rotsen zoeken naar krabben en schelpen. Ze kan het niet laten een zak te vullen met schelpen, fossielen en haaientanden. In Civitavécchia vinden ze eindelijk het strand wat ze zich gewenst heeft. De tijd staat stil als ze geniet van zon, warmte, zee en wind.
Heel anders is het als ze naar Florence gaan. De weersverwachting is niet zo geweldig voor nog een dag aan het water. De buurman heeft hen de avond ervoor uitgelegd welke Etruskische overblijfselen er zijn in de buurt van het meer waar ze van plan zijn naartoe te gaan. Maar die avond besluiten ze gezamenlijk om toch naar Florence te gaan. De autorit duurt ruim twee uur, en in de verte ziet ze weer veel van die lichtgele dorpen en steden tegen de heuvels. Het is groener in Toscane dan in Umbrië. Er hangt net een onweersbui boven Florence als ze parkeren. Het kost enige moeite om met het laatste kleingeld dat ze hebben de parkeermeter te vullen. Ze hebben tot 5 uur als ze door de natte smalle straten achter elkaar naar het centrum lopen. Ze steken de rivier Arno over, en komen meteen in de duurste straat van Firenze uit. Nadat ze wat souvenirs hebben gekocht, lopen ze na een korte wandeling naar de San Maria del Fiore op het Piazza del Duomo. Vol verbazing kijkt ze naar de verschillende kleuren marmer op de gevels. Net als in Rome zijn er veel toeristen, en als ze even gaat schuilen op de hoge trappen langs de Piazzale degli Uffizi kan ze het doen en laten van die stroom toeristen op haar gemak bekijken. Ongetwijfeld zou ze zelf niet anders doen. Het is duidelijk dat deze stad vol met kunst zit, en het zal dagen duren eer je alles gezien hebt. Als Luc beseft dat Michelangelo 16 jaar was toen hij David creëerde, vindt ook hij het een bijzondere prestatie. Toch besluiten ze niet in de rij te gaan staan voor het museum Galleria dell’ Accademia. Een beetje lusteloos lopen ze terug naar het Piazza del Duomo. Ze vergaapt zich aan het goud op de Ponte Vecchio. Als Hans voorstelt om naar Pisa te gaan, slaat ze dat af, het is toch weer een uur rijden. Ze gaan weer terug naar het huisje. Ze nemen niet de krappe afslag naar Sieno maar rijden verder naar Calvi dell’ Umbria. De kinderen willen nog wat lekkers kopen voor na het eten. Als ze rondloopt in de kleine smalle en steile straatjes, met een prachtig uitzicht over de streek, wordt ze weer teruggezet in de tijd.
Nog één keer loopt ze door het huis. Ze staat in de woonkamer met de doorgezakte oude stoelen en een tafel waar de houtwormen nog in wonen. Dat ziet ze aan de hoopjes zaagsel op de grond. De badkamer beneden met toilet is nauwelijks gebruikt. De keuken is modern met eenvoudig servies en bestek. Ze is vergeten theedoeken mee te nemen en de hele vakantie hebben ze geïmproviseerd. In de woonkamer loopt een open rechte trap van natuursteen en een dunne ijzeren leuning naar de eerste verdieping. Daar zijn drie slaapkamers en een badkamer met toilet. De kinderen hebben de beste bedden uitgekozen. Die van Hans en haar hadden een doorgezakte spiraal, maar dat had ze niet erg gevonden. De hele vakantie hebben ze romantisch onder bloemetjeslakens geslapen. Het mooiste vindt ze nog de donkergroene kunststof luiken voor de ramen. Elke ochtend heeft ze ze met een weids gebaar geopend, heel voorzichtig om niemand wakker te maken. En ze had dan de typische geur van de olijfbomen en de zonnebloemenvelden ingeademd, terwijl haar blik over de boomgaarden en de heuvels dwaalde op zoek naar leven. Meestal waren dat alleen wat vogels of vlinders. De ochtend is altijd van haar geweest, dat is op vakantie niet anders. Door de rust kan ze haar gedachten op een rij zetten. Elke avond heeft ze de luiken half gesloten, een klein haakje had ze op hun plaats gehouden. ’s Nachts wordt ze soms wakker van het geklepper door de wind. Het is voor haar altijd wennen in een ander huis. Er zijn nieuwe en andere geluiden, zelfs de stilte is anders dan thuis.
Ze inspecteert alle kasten of er niets vergeten is. Als ze weer beneden is en de zware voordeur met de vijf sloten achter zich dicht trekt, draait ze zich nog even om. Ze zal het rode huis missen, vooral voor de stille ochtenden en de avonden met de laatste zon op het terras. In haar oren klinkt nog hun gelach, toen de jongens een poging tot synchroonzwemmen deden in het zwembad.
De vakantie was het dubbel en dwars waard geweest. Ze heeft mogen ruiken aan een andere cultuur. Ze heeft met verbazing al die verschillende delen van dit land mogen aanschouwen. Ze weet dat ze nog eens terug komt, en dat ze dan met eigen vervoer gaat. Ze vindt het jammer dat ze de taal niet beheerst, hoewel dat niet echt een probleem geweest is.
Terwijl ze genieten van de witte rijst en de gerechten die haar ouders hebben gemaakt, doen ze hun verhaal. De laatste uren van de vakantie hebben ze twee uur vertraging gehad, en ze was blij dat de kinderen er ook rustig onder waren gebleven. Het was minder goed weer toen ze opstegen met het vliegtuig. Ook in België was het bewolkt. De rit met de auto leek nu sneller te gaan dan op de heenweg. Het weerzien met de honden was zoals verwacht onstuimig. Gelukkig heeft ze nog genoeg vrije dagen over om foto’s in te plakken en nog na te genieten van de film. Ook de warmte lijkt ze meegenomen te hebben, en een restje van het lome gevoel op het terras.
Op de tuintafel liggen de schelpen en de stenen te drogen.
Patricia Coors, 16 september 2002
|