De Noordkaap en verder...

Tekst onder het plaatje.... Klikken op de zwarte bollen linkt naar de tekst.

Een reis door Noorwegen in 24 dagen.

We rijden met twee BMW’s: die van Jos, een R60/5 uit 1971 en die van mij, een R100RT uit 1977. Koffers, tanktassen en rolletjes achterop.

1e dag: 17-06-2000 KM 0 tm 708 dagtotaal 708 km
We vertrekken bij Jos om 08.00 uit Geleen, nadat we uitgezwaaid zijn door bijna de halve buurt. Ook Jan, een vriend, die de zaak mede heeft aangesticht, is komen opdagen. Er stond een stralende zon, het zou die dag 30 graden worden.
Na een uurtje zitten we op Die Deutsche Autobahn: Echte belefenissen zijn er daar niet echt te melden, behalve dan misschien de spontane wervelwind die pas gemaaid gras tientallen meters mee de lucht in neemt en over ons uitspreidt. En, O ja: de tientallen duidelijke sporen van stevige ongelukken. Dat is een goede herinnering aan mijn voornemen: Voorzichtigheid boven alles. Die Autobahn is saai.
We staan een tijdje in de file bij Hamburg, want daar wordt weer hard aan de weg getimmerd. Om 20.00 uur gaan we over de Deense grens en gelukkig kunnen we er direct geld pinnen. Een half uurtje daarna zijn we in het plaatsje Aabenraa op de lokale camping. Het wordt 21.30 en we hebben al gegeten en afgewassen. Eigenlijk zijn we klaar voor de nacht, maar het is nog veel te licht. Uit de verhalen van voor de reis moet ik opmaken dat dat zal ons wel zal gaan achtervolgen de komende weken. We maken een wandeling rond de camping en observeren de bizarre camping regels (waarvan foto) en drinken een stevige whisky (We hebben samen 3 flessen voorraad, en een bijna volle fles brandy). Dan toch maar slapen, want zo'n eerste dag is enerverend, maar ongemerkt ook vermoeiend.
Morgen staat een mooie rit op programma: Via de westkust naar Hirthals voor de boot. We weten nog niet welke. Of naar Christiaanszand of direct naar Oslo.

2e dag: 18-06-2000 KM 709 tm 1153 dagtotaal 445 km
We zijn er! Het is zondag 21.30 en we zitten in Christiaanszand op de camping ( I’ll make you a special price zegt de eigenaar: 100 NOK voor 2 personen, twee tenten). Het ging allemaal zo snel dat ik onderweg niet eens meer geschreven heb. Om 9.30 zijn we uit Aabenraa vertrokken en we tuffen de hele dag over lekkere binnenwegen, langs meren met vogelliefhebbers, en gelukkig voor hen, ook vogels. We zien een stel motorrijders met antieke motoren, waaronder een stokoude Henderson 4 cylinder (een fascinerende machine vind ik dat). Vriendelijk zwaaiende gaan wij echter verder.
Ik was hier al een keer eerder en Denemarken’s landschap komt weer op mij over als veel van hetzelfde. (Limburg, maar dan heel veel ervan.) De hele dag is er de dreiging van regen, maar het blijft gelukkig droog. We verrijden ons tweemaal helemaal in het Noorden omdat ze aan de wegen aan het knutselen zijn. Zo'n 25 km voor Hirthals stoppen we nog eens voor een Marsje, want we denken dat we vandaag wel een camping in de buurt moeten gaan zoeken. We rijden echter toch even naar de Ferry-terminal om te kijken of we al kaartjes kunnen kopen en om te weten waar het precies is. Om vijf voor zes komen we er aan. En er ligt een grote ferry aan de kaai. We lopen het boekingskantoor in  en nemen een volgnummertje bij de balie (op de derde etage voor kaartjes en dat vond ik een beetje vreemd). Er zijn 11 wachtenden voor ons. Na tien minuten zijn we echter al aan de beurt en we hebben maar een vraag: wanneer is de volgende ferrie naar Noorwegen. Het maakt ons ineens niet uit of die nu naar Christiaanszand of naar Oslo gaat. En dan komt de verrassing: we kunnen nu kaartjes kopen om om 18.30 te vertrekken. En dat doen we prompt. Om twintig over zes lopen we het gebouw uit met onze boarding tickets. (540 DKR per persoon). We piepen natuurlijk met onze motors effe lekker tussen de wachtende rijen auto's door en we staan direct al op het schip. Motor goed vastbinden en naar de lounge. En daar vertrekken we ook al. En hoe: dit is een express ferrie (70 km per uur) en hij klaart de klus in 2 uur. De overtocht op zich is vervelend, behalve natuurlijk de spanning die we voelen om al in Noorwegen aan te komen. Een paar Noorse vrouwen gaat zich nog even te buiten aan de alcohol (de arme drommels) en ligt al na een half uur te lallen op het dek. (en te lachen om mijn outfit: mijn daffy-duck pet met oorkleppen werkt op de lachspieren. Een geluk heb ik: ik zie het zelf niet als ik hem op heb. Maar ze hoeven zeker niet te kijken naar al dat moois dat voor ons opduikt. We worden er al helemaal enthousiast van.  
Het weer is tijdens de tocht alleen maar mooier geworden en we komen in de stralende zon aan. We pinnen direct moneys en zoeken de eerste de beste camping op. We hoeven slechts bordjes te volgen. We komen midden in een bos terecht: heel mooi en al plenty muggen. Onderweg gaat Jos’s koplamp nog kapot maar gelukkig heeft hij een reservelamp bij zich. Het blijkt echter dat het probleem zich in de verbindingen bevindt en hij rijdt vanaf vandaag met groot licht. 
Terwijl we aan het koken zijn zit ik dit te schrijven. Ik vraag Jos naar de tijd en hij antwoord: 22.55. Ik sta op en ga naar mijn motor om op het klokje te kijken. Hij heeft gelijk, maar ik geloofde hem niet. Het is begonnen...  
Morgen gaan we over de “41” (tip van Jan) naar Kongsberg en dan richting Oslo.

3e dag: 19-06-2000 KM 1154 tm 1581 dagtotaal 427 km
Vandaag zijn we van Christiaanszand naar Oslo gereden. Over de Jan’s “41” (als je die overleeft dan overleef je Noorwegen, was zijn boodschap). Mijn motor is ongelooflijk zuinig: 330 km op 15,75 liter, bijna 1:21 Die van Jos heeft iedere keer zo’n 2 liter meer nodig. Het was een schitterende rit langs meren, riviertjes, watervallen en de eerste eeuwige sneeuw. Het was vandaag voor ons heel rustig op die 41: maar 4 nederlanders, waarvan 2 met sleurhutten.  We trekken zo ongeveer alles onder het motorpak uit, zo warm is het.
Later op de middag eten we de eerste keer bij een kiosk: 51 NOK voor een minibakje friet, een polse (een gewone knakworst, maar dan niet lekker) en dat is te veel om nog leuk te zijn. We nemen ons voor dat maar niet meer te doen en lekker veel zelf te koken.  
We vertrokken vanmorgen om half tien en staan nu, acht uur 's avonds, op een van de twee stadscampings van Olso (bogstad). Het is geen lust voor het oog, ook de Frida’s niet (Jos wil het woord Anita’s niet horen). We zijn van plan hier twee nachten blijven om morgen naar Oslo te gaan. 
Langszaam trekken er regenwolken samen en ik verwacht een natte Oslo-dag.  
Over de motor: hij trilt bij het leven, maar ik heb de linker gaskabel weer teruggezet nadat ik hem gisteren strakker had gesteld.

4e dag: 20-06-2000 KM 1582 tm 1622 dagtotaal 40 km.
We bezoeken Oslo en vertrekken om omgeveer negen uur. Een kwartiertje later zitten we midden in de stad. Op het programma staan op zijn minst drie dingen, en als het effe kan nog een museum ook. Helaas zijn we voor het museum te vroeg en gaan we andere bezienswaardigheden bekijken.
-het Akershus, een slot met resten uit de 14e eeuw, mooie zalen, plafondconstructies en kerkers. En een prachtig zicht over de haven van Oslo.
-Het “Vikingskiphuset” op Bygdoy (het museum-eiland), met 3 opgegraven vikingschepen (Gokstadschip, Osebergschip en nog een waarvan ik de naam vergeten ben) en andere spullen (gebruiksvoorwerpen, kleding, sieraden, grafgiften).
-Het Vigelandpark met al die beelden van Vigeland. Het zijn mooie beelden maar voor mij een beetje te weinig uitgewerkt.  We zien mensen in allerlei posen. Een obelisk van mensen, een fontein met eromheen afbeeldingen die de levensloop voorstellen.
Het was er erg heet en onze energie verdween langszaam, de levensgeesten konden alleen nog met veel drank en schaduw gerustgesteld worden, maar toen we even in de schaduw lagen om uit te rusten, barstte er een calanetics beweging los (of iets van die soort). Harde muziek en zo’n 75 Oslonaren kwamen van alle kanten aangerennen en sprongen daarna op aangeven van de lerares in het rond.
Japan in Oslo?

Om zes uur zijn we terug op de camping. Eerst nog inkopen doen (brood, cake, mars, koekjes en aardbeienyoghurt. Eenmaal op de camping: Douchekaart kopen en olie voor de motor inslaan (20w50, mineral oil “for old engines” 51 NOK) Dan douchen, heerlijk warm en weer helemaal schoon. We maken ons maaltje en daarna luister ik een uurtje naar Underworld op Jos’ draagbare CD speler als hij is gaan douchen. Heerlijk
Oslo is een ramp gebleken om in te rijden. Er staat eigenlijk niets goed aangegeven en we hebben dus flink moeten zoeken en in die temperaturen is dat geen pretje. Gelukkig waren de motoren niet bepakt en konden we onze spullen in de koffers kwijt. Morgen gaat de reis naar het noorden beginnen. Ik verheug me er al op.  
Weer een schitterende dag gehad, zowel wat weer als besteding betreft.
Het is nu tien uur en de zon gaat net achter de bergen onder: Wauw. TIjd voor een avondwandeling. En we ontdekken een prachtig natuurlijk zwembad, maar intussen is dat niets meer voor ons.

5e dag: 21-06-2000 KM 1623 tm 2103 dagtotaal 480 km.
Zeg nou zelf: Goed opgeschoten. Van Olso tot aan Oppdal aan de E6. Vanmorgen waren we al vroeg op en om 08.00 vertrokken we van de camping naar een meertje wat we tijdens de avondwandeling hadden ontdekt om daar te gaan ontbijten. Laat het daar toch beginnen met regenen..
We begonnen wat een belefenisvolle dag zou blijken te worden. Via de 51 naar de E6 en dan richting Trondheim. Op de 51 met zijn prachtige passen en eeuwige sneeuw zijn we gigantisch gesopt, precies boven op een pas (Bessho). Door de mist en de regen moet ik mijn bril afzetten, en het vizier open. Resultaat: met een slakkegang wagen we ons naar de andere kant. Ik geloof dat het heel mooi zou zijn geweest als het niet zo’n slecht weer zou zijn geweest. Om half twee begon het en om half vijf kropen we drijfnat een cafetaria in om een omelet (og skinke) met veel koffie naar binnen te werken, en om te drogen natuurlijk. Niet dat dat echt lukte. We laten een enorme plas water achter en vragen om een dweil om opruiming te houden. Het is echter niet nodig. (Die zijn zeker wel wat gewend). Jos is zijn contactsleutel kwijt, maar de juffrouw van het restaurant komt ons nagelopen met die sleutel: de schat.

Daarna begon het allermooiste deel van de tocht: Over de hoogvlakte van Dombas tot Oppdal. Het is net Schotland met zijn venen, meren en besneeuwde toppen. We hadden er wild kunnen kamperen, maar het weer was toen zo lekker dat we besloten door te rijden om op te drogen. Af en toe nog een beetje regen (maar dat was alleen van de watervallen die direct langs de weg naar beneden vielen) maar voor de rest alleen ZON. Mooi droog eindigen we de dag in Oppdal. De muggen op deze “berkencamping” zijn wel erg actief. De knuutjes willen al helemaal niet luisteren naar de olie.  
Het is allemaal uitzonderlijk prachtig en overtreft mijn verwachtingen. Ik ben benieuwd of dit het landschap is wat ons te wachten staat in het Noorden. Ik merk inderdaad dat ik alleen maar benieuwd ben naar MEEEEER...

Onze rit van vandaag: Oslo-E16 Honefoss-E16 Nes, Leira, Fagerness-51 Beitostolen-Randsverk 257 Sjoa E6 Otta-Oppdal.

6e dag: 22-06-2000 KM 2103 tm 2627 dagtotaal 524 km
Van Oppdal zijn we intussen tot 10 km achter Mosjoen gekomen. Vannacht heeft het geregend en ik mag wel zeggen: het was een fraaie bui. Die zal er wel voor gezorgd hebben dat we de rest van de dag droog doorgekomen zijn. Het eerste stuk van de rit tot zo’n 100 km achter Trondheim was niets in vergelijking tot wat we gisteren hebben gezien.(of juist niet zagen, eigenlijk). Maar daarna: de hele E6 na Steinkjer is een pracht van een weg met als bijzondere vermelding het stuk langs meren vennen en besneeuwde toppen van Mellingsmoen tot Stygdalen (is dat geen contradictie?)
De eerste camping in Mosjoen is hopeloos, je mag er aanschuiven bij een contingent Nederlanders met sleurhutten, die al in slagorde staan opgesteld om morgen weer te vertrekken (ANWB goedgekeurd, Ja Ja). Dan maar verder naar de volgende. En wat voor een: aan een meer. En aangezien wij vrij vroeg in het seizoen zijn is er alle plaats. Hier koop ik mijn eerste postzegels. 
Morgenvroeg, als ik mijn ogen opendoe, kijk ik uit over een meer met erachter besneeuwde bergen.

7e dag: 23-06-2000 KM 2627 tm 2957 dagtotaal 330 km
En dat had ik gedacht! Het heeft de hele nacht gegoten. Pas vanmorgen werd het droog. We ontbijten bij mij in de tent. We voorzien een Belg die pas om een uur vannacht arriveerde van ochtendkoffie en we vertrokken pas om kwart voor elf. Tot +/- twee uur bleef het droog, maar daarna alleen maar regen. Vandaag is al met al toch een eventfull day: een gletcher langs de weg, veel watervallen die vanonder sneeuwkappen uit komen en het woeste smeltwater door de riviertjes. Verder kale bergen en mini berken en - dennen. En er was dat vele water om op ons te vallen. We wachten niet tot het getij veranderd bij de Mahlstrom, dat bewaar ik tot een ander bezoek. We komen tot Bodo ("Boedeu" volgens het meisje de receptie, en ik geloof haar, ze zegt het zo mooi), waar we ons bijna genoodzaakt zien onze eerste Hytte nemen (200 NOK). Het ding heeft geen verwarming of licht, maar dat hebben bikkels als wij ook helemaal niet nodig. We proberen met mijn methanolbrander Jos’ handschoenen te drogen maar die krengen hebben andere gedachten. 
Vanavond wordt er overal traditioneel feest gevierd. Het is de avond voor de langste dag.

Bijna vergeten, maar niet echt: Onderweg passeerden we de poolcircel.YES! En het waaide er van jewelste. Met de helmen op en de pakken aan kijken we naar het beeld en de stapeltjes rotsen. En we kunnen even opwarmen in het gebouw. De hoogvlakte waarop de poolcircel overschreden wordt, is er een van bijzondere schoonheid. Leegte, rendieren, sneeuw. Weggewaaide bergen eigenlijk. Ook wij kregen ons deel van die gure wind mee.  
Op zich is dit al een mijlpaal in op reis. Zo hebben we er 4: De Poolcircel, de Lofoten, de Noordkaap en Kirkenes. En morgen bereiken we de tweede al.

Morgen gaan we met de boot naar de lofoten, waar we alle zeilen, wat kleren betreft, bij zullen moeten gaan zetten. We hoeven morgen pas om twaalf uur op het veer te zijn, dus we slapen uit, pinnen moneys (3000 NOK, nu al 2000 NOK op?) en verrichten ander onderhoud: de vullingen gaan in jas en broek. Als we op de lofoten zo’n weer hebben dan zullen we af gaan zien. Ik ben gestoken door een mug, net in de uitholling van mijn laars aan de achterkant van de kuit. Bijzonder irretante plek. Die mug heeft zichzelf zeker eerst drie keer doorgespoeld voordat ze genoeg had. Jos heeft gelukkig beetmiddel bij zich en daarmee kan ik die steek ter grootte van een rijksdaalder op mijn hiel verzorgen. 
Op de camping vieren iets vergelijkbaars als zigeuners een verloving. Wij hebben pech, we mogen niet meedoen, en andere feesten zijn er niet hier in de buurt, maar op allerlei plaatsen zien we grote vreugdevuren branden aan de kust. Jammer, we troosten ons met Whisky en Brandy

8e dag  24-06-2000 KM 2957 tm 2997 dagtotaal 40 km
De boot naar Moskenes. Om twaalf uur vertrekken we. De boedeu-juffrouw van de camping was zo vriendelijk om uit te zoeken dat de prijs 304 NOK is. Ons wacht echter een verrassing: we hoeven maar 194 NOK achter te laten. Aan boord zetten we de motoren vast en kruipen in de lounge voor de warmte. Al snel moeten we de motorspullen uittrekken.
We doden de tijd met naar de meiden aan de overkant van de bank te kijken, wat te eten, buiten foto’s te maken en muziek te luisteren. Na 3 ½ uur duiken de Lofoten op. Het zijn spitse bergen met sneeuw en weining begroeiing. We komen aan in Moskenes, wat net zo’n gat in de weg als de andere dorpen zal blijken te zijn. We rijden naar de camping in A (met een rondje erop) maar er is geen gras, we draaien ons om en gaan in Moskenes de camping bekijken. Ook hier geen gras te bekennen, dus verder. In Fredvang vinden we een schitterende camping met zicht op de noordelijke ijszee, en gelukkig duinen om ons achter te verschuilen. Tentjes bouwen en eten. Ik ga douchen. (5 Nok voor drie minuten) Echt warm wordt ik er niet van, terwijl dat gezien de wind en de temperatuur wel nodig was. Het is hier erg koud en winderig. Precies wat voor mij en mijn oren niet goed is.

9e dag. 25-06-2000 KM 2997 tm 3177 dagtotaal 180 km
Ik sta pas om half negen op en Jos heeft al grotendeels ingepakt. We ontbijten aan die ijszee en gaan op pad. We gaan in ieder geval het Vikingmuseum Lofotr bekijken. (80 NOK)
Het blijkt een prachtig gebouwde huis, 80-90 meter lang, helemaal van hout en het ziet er uit als een omgekeerd schip. De eerste bouwpoging is mislukt, het gebouw waaide om omdat ze nog niet goed wisten hoe die Noormannen zo'n huis bouwden.
Hier worden de ambachten van de Vikingen nagebootst, tenminste, zoals men denkt dat het werkte, zo eerlijk zijn ze wel. Ze zijn er wel heeel zeker van (en waarschijnlijk ook erg trost op) dat de vikingen in Amerika zijn geweest. Rondom het huis zijn verschillende weien met koeien en ander vee. Een stuk lopen richting een meer is er verder een smederij (nagebouwd van andere middeleeuwse voorbeelden) van rond 850 NC en een kopie van het Osebergschip, waar we op rond kunnen lopen en alles eens goed bekijken. Verdomd, m’n fotorolletje is op en de motor is ver weg. Dus heb ik helaas maar een foto van het schip en geen van de smederij. 
Na dit bezoek, waar we mooi een paar uurtjes mee zoet krijgen, maken we een tour over het tweede eiland. Er zijn 4 grotere lofoten eilanden: Moskenesoya, Vestvagoya, Gimsoya en Austvag (van onderaf gezien, dan). 
Alles is even mooi, mooie plaatjes maar ook veel van hetzelfde. Overal hangen stokvissen te drogen, er zijn veel baaien met kleine  vissersbootjes. Verder natuurlijk een hele voorraad bruggen om al die stukje land aan elkaar te rijgen.

Morgen rijden we naar het topje van de Vestralen, naar Andenes, om te kijken of we daar een veer naar het vasteland kunnen krijgen en of de walvistour iets voor ons is. Indien niet, dan terug naar het vasteland via de weg.

10e dag 26-06-2000 KM 3177 tm 3402 dagtotaal 235 km
Vandaag hebben we slechts 235 km gereden, van Alstad naar Andenes. De Vestralen, waar we met een 25-minuten veer opkwamen, zijn niet zo beestachtig ruw als de lofoten. We zijn er dus gewoon overheen gereden. Onderweg wel nog aan een enquete van een groep door Noorwegen reizende studenten over alcoholgebruik tijdens het rijden meegedaan.
De weg langs de moerassen in het noorden naar Andenes was afzien. Kou en een striemende wind schuin van voren.
We komen aan in Andenes en gaan meteen naar het safariboekingskantoor. Er is nog plaats voor morgen, en we kunnen reserveren, maar
de walvissafari-zin gaat ons over van de gezichten en verhalen van duitsers en een nederlander die net terugkomen. Visjes voeren is wat ze gedaan hebben! Ze hebben een walvis gezien, de boot kwam er door het slechte weer niet dichterbij, en ze zijn toen direct weer omgekeerd. En het weer wordt nog slechter. Er komt nog meer wind. 
Op de camping, waar een juffer van pakweg 17 de eerste wisseltruuc probeert uit te halen, denken wij eens lang en goed na. 
Dat weer, die gezichten en verhalen... Wij nemen dus het veer, gaan verder met onze reis en zien bij retour wel of we de oversteek nog eens maken om de safari te nemen. (vreemd toch dat een land dat die dieren jaagt tegelijk ook walvissafaris organiseerd (die zijn er toch gekomen, zoals in Afrika, omdat men zich realiseerd dat toeristen meer centen in de la brengen dan dood wild)).
Morgen het veer en zien of we Alta met zijn rotstekeningen kunnen bereiken. Daarna de kaap. Laten we hopen dat het weer meewerkt.

11e dag 27-06 342 km
Na het besluit om niet op walvissafari te gaan, namen we om 8 uur het veer Andenes-Gryllefjord. We mochten meteen aan boord (130 NOK). Motors vastzetten werd door de bemanning gedaan en wij naar de Lounge. Wat een service. We waren het zeegat nog niet uit of we werden getroffen door een wel zeer hinderlijke zijdelingse golfslag. Later legde de kapitein uit dat dat kwam omdat de golfstroom hier omhoog geduwd werd voor de kust, en zo het water de fjord ingeduwd werd.  Al met al een voor de maag zorgwekkende beweging. Veel horizon kregen we niet te zien, dus er was geen vast punt om je aan vast te houden. Op een gegeven moment (wij keken uit naar walvissen) kwam het bericht dat een van onze motoren omgevallen was. Ik dacht nog “laat het voor een keer eens niet die van mij zijn”, maar Nee hoor. We mochten het autodek op en daar lag het oude beestje “gestrekt”. Gelukkig bleek hij te zijn blijven steken op de valbeugel, de kleppendeksel en het kofferdeskel. Er was wel al een flinke plas benzine uitgelopen. Samen met een bemanningslid tilde ik hem weer overeind. Geen schade die er niet al was. (ik maak wel eens vaker wat mee) Maar door die stress, de plotselinge inspanning, de ongezonde benzinelucht, de niet ophoudende rol van het schip enzo kwam mijn maag serieus in opstand. Visjes voeren was het gevolg. Tot driemaal toe. En we moesten nog een klein uur. Op een gegeven moment kwam de kapitein nog even kijken. Wijselijk zei hij niets over de motor, maar wachtte tot ik erover begon. Hij was heel blij dat ik niet van plan was moeilijk te gaan doen over die schade omdat de rederij blijkbaar verantwoordelijk is. We praatten een tijdje over een goed bevestigingssysteem voor motoren op schepen, en hij dacht dat wij wel lid van een motorclub zouden zijn, die dan maar patent moest nemen en we zouden allemaal rijk worden.

Korte tijd hierna kwamen we in rustiger vaarwater. Mijn gemoed werd er wat beter van, en tegen de tijd dat we weer aan wal waren moest er natuurlijk opnieuw ontbeten worden en ik deed daarvoor de inkopen. Zoetwaren, fris, een paar appels, een rolletje lakrisal. Twee zakjes kant en klare pasta en een blikje erwten en wortelen (121 NOK). Op een leuk plekje eten we een hoop en gaan er dan weer tegenaan. Ik voel me weer behoorlijk aangesterkt, en mooie rit met nog prachtiger weer is het gevolg. We nemen de 182, die ons straks weer op de E6 brengt, en beginnen onze tocht naar Alta. Vooral de weg langs het Lyngefjord en in het bijzonder het Kafjorden, met zijn honderden watervallen en watenvalletjes, is imposant. Ik geniet er met volle teugen van. Overal besneeuwde bergen en dus nog veel smeltwater. 
Maar ook de reis over de 86 mocht er zijn, met de vlakten met veen, varens, mini-berken en talloze meertjes. We beeindigen de dag in Storslett met veel muggen, Struik-blikken, de mooiste douche van de hele reis en een wandeling door het dorp. Ik ben toch wel behoorlijk geradbraakt en wordt de volgende ochtend pas om acht uur wakker. Het regent een beetje......

12e dag 28-06 431 km
Dit is de etappe van Storslett tot aan de kaap. We vertrekken om half tien voor wat wij dachten dat de voorlaatste etappe naar de Kaap zou worden omdat we ook nog in Alta gingen stoppen. Het werd prachtig weer, lekkker warm, en de mooie omgeving, zeker het dorre en leeggewaaide stuk na Alta wisten ons te betoveren.
In Alta bezoeken we het museum en de rotstekeningen. Ik vond ze leuk, maar helaas niet overdreven verbindend met oude tijden. Dat heb ik in Griekenland al een beter meegemaakt. De mensen hier hebben het wel zwaar gehad, getuige de tentoonstelling in het museum( ik zit dit alweer in de zon te schrijven) Aangezien het in alle opzichten mooi is, rijden we maar door. Om zeven uur draai ik een parkeerplaats op en zet de motor op de bok. Er staat ook een beetje zonderlinge Deen met Jawa 350, zijspan, parasol en een heeeele hoop onderdelen. Zijn spanningsregelaar is kapot., maar hij heeft zo’n beetje alles reserve bij zich. We praten een hele tijd over Noorwegen, motors en andere reizen. We kijken op elkaars kaarten en krijgen een aantal tips over mooie plekjes die we kunnen gaan bezoeken. Hij wil ons wel begeleiden naar de echte Kaap. Dat is echter een wandeling van een paar uur heen en een paar uur terug, vanaf de hoofdweg naar de kaap. Hij vind dat we dan echter voor een aantal dagen eten en drinken mee moeten nemen, vanwege het gevaar van acute mist. 
En ineens gebeurd het. Een doffe klap en daar ligt mijn motor voor de tweede keer om. Door het te nieuwe asfalt gezakt. We rapen hem op om tot de ontdekking te komen dat ik er deze keer minder genadig vanaf kom. De spiegel heeft de grond geraakt en door de druk is het kuipdeel gescheurd en de spiegel kapot. We lijmen de spiegel, die daarna alleen maar een beetje trillerig beeld geeft. Ook de tanktas had het zwaar te verduren. Een van de riemen is compleet uit het dekje op de tank gescheurd. Gelukkig is hier een noodoplossing voor te vinden en kan ik de riem met wat kunst en vliegwerk aan de tanktas zelf vast te maken. Het wordt er allemaal een beetje minder stabiel van. 
Een herkenbaar gevoel maakt zich van mij meester: “berusting”. We stappen weer op de motor en gaan door. Ik denk er niet eens meer aan. Alleen maar centen.

Het is nu half negen en we moeten langszaamaan gaan tanken. Door de genomen tijd met de Deen (Niels) is ons tankstation echter dicht. In Honningsvag is een station, vertelt een Noor,maar dat is zo’n 80 kilometer verderop. Dat redden we nog wel. Maar zal het nog open zijn? Onderweg koken we ons potje op een parkeerplaats langs het water, want dat moet tenslotte ook gebeuren. Prachtig en heerlijk. Zo gesterkt gaan we verder, door die prachtige tunnels, sommige wel 7 km lang, koud en diep (60 NOK). Het is er 4C en ze zijn zo gemaakt dat je het diepe induikt en dan in steeds stijler wordende etappes naar beneden suist, en er zo ook weer uitkomt. Iedere keer zie je het plafond verdwijnen in de vloer.
Dan zitten we ineens op Mageroya en weten we dat we vanavond de Kaap halen. Het tankstation is tot 24.00 geopend, dus we hebben nog een half uur speling. We tanken en rijden de kaap op. Wat een rit, zelfs de toegift van bergop naar de Kaap is prachtig. Niels heeft ons weer ingehaald en we stoppen samen even hij een meertje met prachtige weerkaatsing van de blauwe lucht. We dollen met z'n tweeen in de sneeuw en laten ons van een helling afglijden. Dan verder. Niels rijdt een stukje voor ons uit en ik zie hem in schitterend tegenlicht in silhouette over de horizon verdwijnen. Hij wijst net met zijn rechterarm naar beneden. Daar zat een rendier. Het hele plaatje zou zo uit een bugs-bunny cartoon kunnen komen.
Zoals te verwachten is de Kaap toeristisch, maar niet minder indrukwekkend dan gedacht. In het kaapmuseum is niet echt veel te beleven, maar ik koop er wel mijn enige souvernir van de reis: een speldje voor op de daffy-duck pet met de overal aanwezige bezwering: 72'' 10' 52. We blijven tot na 2 uur ’s nachts en het is prachtig. De zon blijft maar schijnen, en we maken foto’s met onze motors voor wereldbolletje. Ik heb speciaal voor deze gelegenheid twee stevige sigaren 12 dagen gekoesterd in hun aluminium verpakkingen en die worden nu, al leunend tegen het standbeeld bevrijdt, en we steken er stevig de brand in. Heerlijk, de derde mijlpaal is gehaald.
 
En dan vertrekken we naar de eerste de beste camping “ Midnatsol”. Hier zou de Deen op ons wachten. We eten er wat, drinken nog meer, vieren de kaap met de resten van onze sigaren (foei) en moeten nog tentjes bouwen. En dat in die wind... We gaan om 4.30 naar bed. Het wordt een winderige nacht en om 8.00 moet ik eruit om alle lijnen bij te zetten. Ik heb een onrustige nacht met hoofdpijn bij het ontwaken. Toch die drank?

Mission Accomplished, zo voelt het. Wat staat ons nu nog te wachten, behalve de terugreis. Het is het hoogst haalbare in Noorwegen, maar we gaan ook nog naar het Oosten, om te kijken of het daar al meer orientaals wordt.

Totaal gereden: 4183 KM.

13e dag: 29-06  KM 21946-21811= 135km
Ik ben op om half elf, en dat is niet veel slaap geweest. We nemen veel koffie, kletsen wat met andere gasten, en gaan dan toch maar inpakken. Van Niels krijg ik een blikje mee met een tablet tegen de muggen. Een waxinelichtje erin en gewoon laten verdampen. Lief, maar of ik het ga gebruiken? Ik ruik liever zelf naar citroen en andere dingen, dan dat ik zo’n chemisch goedje ga inademen. Verder heeft hij ons nog getipt over een weg in het zuiden (de Trollstygen). Jos betaalt de camping: 2x100 NOK. En dat schiet hem prompt in het verkeerde keelgat. Hij wil blijkbaar nu snel weg van deze toeristische plaats. Schuin tegen de heftige wind in surfen we met soms wel 100 kmh de eerste kilometers naar beneden (de bussen komen er al weer aan). We kopen eten in Honnigsvag en voor de nieuwe tunnel, die Mageroya met het vaste land verbindt, eten we ons rond. Er staat veel wind en de kou krijgen we niet verjaagd met al die brandstof. En dan vort met de geit. Het is al 3 uur geweest. We rijden een stuk, maar zijn alletwee moe. We gaan tot de eerste parkeerplaats bij de weg waar we nog niet geweest zijn (richting Kirkenes) en besluiten, ten gevolge van de dure dag gisteren, dat er “wild” gekampeerd zal worden.
Aan een meer, waar een echt koude stevige bries over aan komt zetten, zetten wij onze tentjes op. Ik moet zelfs stenen op de flappen aan de windkant leggen om met een beetje goed gevoel te gaan slapen. We eten en gaan al om half negen plat. Ik ben om half twee wakker (om op de klok te kijken om dit nu te kunnen schrijven), maar draai me toch nog maar eens om. Om half zeven gaan m’n ogen weer open. Helemaal bijgeslapen. KOFFIE. 

14e dag: 30-06 22392-21946= 446 km
We vertrokken om half tien van de wild-kampeerplaats (dat bleek later op de kaart Olderfjord te zijn geweest.) en we rijden door mooi weer en steeds ruiger wordend landschap naar Kirkenes. Hier zijn geen bomen, althans boven knie-hoogte, alleen rots. Voor Kirkeness ligt een flink stuk militair oefenterrien, waar niet gestopt mag worden. Eenmaal in Kirkeness rijden we er eenmaal doorheen, maar we zoeken nu eerst een wild-kampeerplek. Voor Jos hoeft het echter niet zo, met die grens zo nabij. Het is koud en al wat laat als we de camping bij de grens met Rusland proberen. Die camping is er echter niet en ook nooit geweest . Hij staat echter wel op de kaart (nee, dit is geen spelletje Lingo). We kunnen van de vrouw op het aangegeven adres, die op het punt staat weg te gaan, wel een hutje huren voor 100 NOK. Maar pas nadat we haar aanbod voor een hotelkamer in Kirkenes hebben afgeslagen. Zakelijk typje. Yes: een bed. Ze verklaard ook waarom er geen camping is: het was wel ooit de bedoeling, maar het is er nooit van gekomen. 
We eten pasta en dan gaat de vlam in de barbeque die we bij een tankstation gekocht hadden. (ik heb er zelf ook altijd een bij me, maar het uitpakken, en vooral het smerig inpakken, blijven me bespaard.) Een stevige neut, een sigaartje, en 2 lekkere lapjes per persoon. Het is al snel elf uur geweest en we gaan slapen. Ik droom weer, deze keer niet over meisjesborsten en een spelletje, maar over drie afgehakte vingers (straf voor de eerdere droom?) Vreemd toch.

15e dag: 01-07 22598-22392=206 km
We zitten al op de weg naar het bizarre Grense Jacobselv en gaan er maar even kijken. We zien er nu nog de koude oorlog en het wantrouwen van nabij. Het is waanzin. Maar wat een lege natuur! Rots en water. Meer niet. Een woestijn van kou, leeggewaaid, bar. Maar mooi... Overal op de bergen liggen losse rotsblokken, alsof ze elk moment naar beneden kunnen vallen, in een wankel evenwicht. Daarna lopen we nog even naar het echt uiterste puntje. Er staan in de luuwte van de rotsen twee kleine tentjes. Als ik hier nog eens kom, dan wil ik daar kamperen. Jos maakt wat foto's (echter niet van militaire objecten!) en ik wandel richting de grensbeek waar op een groot veld een kudde rendieren rondloopt. Ik probeer er dichterbij te komen, maar dat wil niet echt lukken. 
En dan gaan we retour Kirkenes, maar niet voordat we de echte grens bekeken hebben en het souveniswinkeltje bezocht hebben (dat was een belofte aan Jan, die zo graag een Kirkenesssticker op zijn motor heeft)
We kletsen met een volledig misplaatste cowboy met Harley-D (franjes aan zijn jas, superschone motor, en sierspuitwerk) keurige coupe en snor. We eten er omelet, en ik mag een biet zijn als we niet in dezelfde gelegenheid (Grillstua) eten als waar Jan ook is geweest. Een aftandse tent met vage en louche figuren uit binnen- en buitenland. Kirkenes is immers een havenstad. En met geschiedenis. Hier staat niets wat eerder gebouwd is dan 1945. De mijnen in de buurt, de haven, allemaal redenen voor verschillende partijen om deze uithoek eens stevig van de kaart te vegen. Eerst de Duitsers, toen de Russen. Aan de overkant van de grens ligt de russische stad “Nickel”.
We nemen het ervan met z’n 124 NOK voor 2 omeletten en 4 koffie. Dan, al laat, gaan we weer op pad. Naar Finland over de 852.
Kirkenes laat op mij een desolate indruk achter, met veel ongelukkige gezichten. Wie wil hier leven? Je leeft er alleen als je niet beter weet of niet durft te vertrekken. Wat een grauwe toestand. We rijden al snel Finland in en zitten meteen weer in de zon. Geen wolk aan de lucht. Wat boffen we toch weer met het weer. Het is er wel koud. We zoeken een kampeerplekje in het bos, maar het is er vergeven van de muggen, die hun maaltje echter met hun aanwezigheid verjagen. Een stukje verderop vinden we een parkeerplaats aan een meer waar het waait. Geen muggen. We eten, nemen een paar neuten (dat komt intussen al vaker voor in dit verhaal)
Er ligt een rendier dat misschien wel dood is, of anders erg tam is. Maar nee, het leeft nog. Als je het zou willen dan zie je de zieligheid van het gezicht. Parkeerders vertellen ons dat zo’n dier door zijn ouders wordt verstoten en dan zelfstandig moet worden. Gelukkig, want wat moet je met je gevoel over een ziek rendier? De dokter bellen lijkt in Nederland een leuke optie, maar hier? 
Tot morgen maar weer.

16e dag 02-07 22906-22598=308 km
We rijden van het wild kamperen in Finland naar een camping (om te douchen) in Kautokeino. De rit door Finland is helaas geen echte belefenis: water en bomen en rechte wegen, that’s it. Wel genoeg tijd om eens een beetje na te denken. Die Finnen en Zweden zijn de slimsten geweest in dit deel van het land. Wat een beetje plat is, en zonder al te veel moeite te bereiken is, is van de Finnen en Zweden. De Noren hebben eigenlijk alleen de kust. Met alle problemen van de infrastructuur, kosten, uitgestrektheid en klimaat op de koop toe.
In Kautokeino bezoeken we Juhl’s Silberschmiede. Een Deen die 40 jaar geleden al Hippie-idealen had en zich hier vestigde. De camping betekent weer zien en gezien worden (douchen...), iets wat er de laatste dagen niet echt van gekomen was. Morgen gaan we weer een stukje Finland in en dan naar de E6 om af te gaan zakken. We hebben nu al besloten over de nieuwe brug van Zweden naar Denemarken terug te reizen. Maar eerst nog een dikke week Noorwegen..... Yes!

17e dag: 03-07 23318-22906=412 km.
Vannacht heeft het geregend en ik sta op na een onrustige nacht. De regenbui is overgetrokken als we vertrekken uit Kautokeino. We proberen eerst nog een “echt” Noors ontbijt te scoren, maar niets is zo vroeg open op deze zondag. Dan maar met volle tank vertrekken en onderweg een paar nietsvermoedende “Bobil”rijders op hun dak vallen. We rijden door onplezierig Finland. Het is plat en overal waar we stoppen zijn er wel erg veel muggen. Maar het schiet op. Je mag er 100 kmh. Het laatste stuk, weer naar Noorwegen, brengt ons over 14 km “werk in uitvoering”. Stenen, gruis, waterplassen. Levensgevaarlijk voor ons, maar gelukkig gaat het allemaal goed. Zodra Noorwegen weer in beeld komt, verandert ook het landschap. We komen het land weer in bij de Lingefjord (op de heenreis ook al opgevallen door zijn uitzonderlijke schoonheid). Het heeft onderweg een paar keer geregend, ik heb een beetje natte voeten. Jos heeft een muts en vel van het rendier gekocht van een samenvrouw. Voor hem: mooi op de slaapkamer. Ik heb het echter niet zo op dierenvellen.
Eenmaal goed en wel in terug in Noorwegen moeten er boodschappen gedaan worden. (rode kool en zuurkool in “au bain marie” pakken, tante Bertha (de echte deze keer), appels, toetje en ander zoets.) genoeg om twee dagen van te leven. Onder Nordkjosbotn gaan we zoeken naar een wild-kampeerplaats. Ik wil er een met WC, want die zuurkool..... Uiteindelijk lukt dat bij Takelvdal.
We hebben besloten de westkust nog te bezoeken. Onder Trondheim rechts (van ons uitgezien) begint nieuw reisvoer. Vandaag was ik plotseling mijn camera kwijt. Bij het ontbijten ontdekte ik dat ik een bobbel in mijn jas miste. Wat nu? Jos vraagt of ze in de tent verpakt zit, ze was al eerder door onachtzaamheid bij bukken uit mij jas gevallen. Ik haal die tent van de motor, vouw hem helemaal open, maar niks! Tot Jos net nog in de tentzak een stukje van het ding uit ziet steken. Blijkbaar niet met de tent opgerold, maar in de zak gevallen. Gered.

18e dag 04-07 km 23769-23318=451 km.
Takelvdal-Russanes: Weer wild kamperen. We zijn Narvik en Fauske alweer voorbij. Beide lijken aangename steden, die de moeite waard zijn van een volgend bezoek. In de haven van Narvik ligt zo hier en daar nog wat ijzer boven het water uit te steken. Duitse torpedobootjagers.
We zijn nu net weer terug op de weg die we al kennen. Maar wat een schitterende dag. Veel bergen, sneeuw, water (ook uit de lucht). Het weertje deed het goed, geen omgelazerde motors. Ik rij vandaag voorop want dat had ik me voorgenomen omdat je wel eens een beetje moe kunt worden van het volgen. Dan regel je zelf ook eens wat. We eten 3 km voor Fauske op een parkeerplaats en plakken er nog twee uurtjes aan vast. Dat gaat hier zo gemakkelijk. De never-ending schoonheid en zonneschijn missen hun uitnodigende uitwerking op ons niet. We zitten nu in een dal op een wild-kampeerplaats. We moesten zelfs even door stromend water om op dit plekje te komen. Een oud paadje is het met zeker 20 cm hei onder de tent. Heerlijk zacht slapen...
We hebben een prachtig overzicht over een meer, lekkere bankjes en huisjes om beschut te zitten. Aan de overkant een berg, waar zich langs de rand een spoorlijn kronkelt, en er rijdt zowaar een trein. Wat een inspanning om zoiets voor elkaar te krijgen. Wat zouden die lui voor uitzicht hebben? Dat moet prachtig zijn. We besluiten morgen te ontbijten aan het meer.
Wat is het toch heerlijk, dat “wild” kamperen: het vergroot de moed en het vertrouwen in de mensheid. Morgen gaan we weer over de hoogvlakte voor en achter het poolcircelgebouw en dan richting Trondheim. Ik heb het gevoel dat de dagen al beginnen af te tellen. In totaal zijn we nu 10 dagen boven de poolcircel geweest. Mooi!
We hebben onderweg nog een prachtige beek door een gladgeslepen bedding uit een meer zien komen. Aan het eind van de beek werd goud gezocht. Indrukwekkend, wat een krachten zijn er hier aan de gang. Wat me verder opviel was een ploeg mensen van het “statens veiwezen” (rijkswaterstaat bij ons) die bezig waren met controle en versteviging van een rotswand, die, naar het nieuwe asfalt ernaast te zien, recent een flinke veer had gelaten. Wat een klussen.
In de tunnels voel ik mijn evenwichtsgevoel moeilijk doen. Ook was ik trillerig geworden. De honger had mij weer eens in haar greep. Tijdens de rit hebben nog gekookt: zuurkool, gehaktballen en aarbeienjoghurt. De zuurkool was niet zuur en er zaten krenten in. Heel goed te eten. Maar mijn darmenstelsel is niet goed in het verwerken van dat goedje. Na het eten was de fysiek weer helemaal OK. Wanneer leer ik toch eens tijdig te eten....

19e dag dinsdag 05-07 KM 24285-23769=515 km.
Vandaag heb ik niet veel te vertellen. Is het dan echt waar? Veel kilometers=weinig beleven? Nee hoor, we zijn weer over het niet zo fraaie stuk boven Trondheim gekomen. ’s Avonds rijden bevalt me goed, zolang de zon je maar niet in je ogen brand of het te koud wordt.
Onderweg breekt me de zuurkool op en is een erg langdurig bezoek aan het toilet van een tankstation mijn deel. Daarna: alleen maar opluchting!
We hebben een lange dag gemaakt en staan op camping “soria moria”.  Nu slapen.

20e dag: woensdag 06-07 KM 24560-24285=275 km.
Heerlijk opstaan vandaag: Mooie camping, prachtig weer, we worden door de zon onze tenten uitgebakken. En al twee dagen geen muggen", het valt me nu pas op. We eten rustig, zitten nog een tijdje in de zon om alles een lekker te laten drogen en vertrekken om elf uur. De weg naar Trondheim kenmerkt zich door industrie en vrij veel verkeer. We maken foto’s van de off-shore bouw. Dan gaat het achter Trondheim de westfjorden-kant op. We rijden op de E38. Mooi en oud, maar met maximaal 60 een beetje traag. Als het dan het binnenland ingaat wordt die saaiheid alleen maar nog groter. Boeren, boeren en nog eens boeren. En overal 60 kmh. Pas als we afslaan naar het veertje op de 670 wordt het landschap weer echt mooi, maar rijden we ook, qua weer, de ellende in. Tot op het veer houden we het droog (vijf uur). De overkant brengt ons al snel in Sunndalsfjorden (hoe ironisch). Waarschijnlijk is deze fjord erg mooi, maar we zien ‘m niet. We gaan pinnen in Sunndalsora (2000 NOK) en nemen er koffie met gebak. Ik voel me een beetje verloren: die regen geeft een gevoel van "Wat nu?", is het reismoeheid, is het gezelschap niet helemaal wat ik gehoopt had? 
Na de boodschappen lijkt het wat droger, maar we besluiten er toch mee te kappen voor vandaag. Om 19.30 zijn we op de camping “Furu”. We eten nog droog, maar daarna gaat het gieten.

Gek dat hier bijna niemand iets weet van het weer voor de komende dagen. Ze zijn hier veel afwachtender dan wij. (all seasons in 1 day zei het meisje bij de koffie en gebak nog). Dan maar vroeg naar bed en hopen op morgen. 
De campingbaas houdt blijkbaar van vogels. Overal hangen kastjes aan de berken. De merels hebben jongen en die laten al vroeg van zich horen. Ben ik net ontsnapt aan de overactieve honden van mijn overburen, wordt ik door die beesten in de mangel genomen...

21e dag vrijdag 07-07 KM 24800-24560=240 km.
Van Sunndalsora naar Geiranger: 240 km door regen en kou, maar over de Trollstiegen (trolletrap), langs de Trollveggen. Het is een schitterende wand met veel haarspeldbochten en een geweldig uitzicht, althans toen de regen en wolken even weg waren. Wij hadden tijd, met onze pakken aan, heel anders dan die arme toeristen met auto, die komen dat ding niet uit omdat ze dan nat worden, Ach.... Er schijnt beter weer op komst, dus misschien toch maar één dag slecht weer (en de nacht en avond ervoor). Het zou welkom zijn.... De hele dag regende het af en aan, maar we werden ook iedere keer weer droog. Zelfs zo droog dat ik onder een watervalletje ben gaan staan om dat pak eens te testen. (moet je alleen niet naar beneden kijken hoe je laarzen het doen).

Langszaam breekt de tijd aan eens aan de terugweg te gaan denken, maar eerst morgen nog een rustige dag. We gaan de Jordealsbreen bekijken. We hebben nog een dag of 2 a 3 om rustig naar Oslo te gaan. Van daaruit in 2 a 3 dagen naar huis.

Over het dromen: Jan had gelijk. Je droomt je hier wat af. Vannacht droomde ik over de torso van een vrouw, zonder hoofd, armen of benen. Die ik bij een andere vrouw mee naar bed in nam?

22e dag Zaterdag 08-07 25092-24800= 292 km
HELP! Regen, bijna de hele dag. De tent is nat ingepakt, maar al na een paar kilometer zitten we boven op een pas met bergen sneeuw. Er het sneeuwt er NU! We ontbijten vanaf het plakje op de motor, middel in de vallende sneeuw. Het is Prachtig. De hytte boven op de deze berg heet de Djupvasshytta.
Daarna gaan we over de oude toeristische weg 258. Te mooi om waar te zijn. Sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw. Langs meren, vol met sneeuw, rotsen, ruwe begroeiing, en sneeuwmuren vele malen hoger dan wijzelf. We komen langs een zomer-skioord met te veel BMW's, watervallen, haarspeldbochten, en een prachtig uitzicht bij de afdaling. Vandaar verder over de 15, 60 en 5 langs de Jordealsbreen, een gletcher die uit de dalen te bewonderen is. Een prachtige omgeving en ik heb er mooie foto’s gemaakt. We eten rond 19.00 uur bij een van de uitlopers van de gletcher en mogen er twee keer getuige van zijn dat grote brokken ijs krakend naar beneden vallen. Rondom ons rommelt het geluid door de dalen. Om half negen is het wel welletjes en we gaan verder. We nemen een camping aan de Lustrafjorden. Vandaag kwamen we langs de Nordfjord, de Fjarlandsfjord, de Sognefjord en de Lustrafjord. Het stuk langs de Fjarlandsfjord vond ik extra mooi omdat de rotsen er helemaal begroeid waren met mossen.

Over de motor: Ik heb tot nu toe 2 keer de gaskabel bijgesteld, 2 keer de ontsteking gesteld (een keer heen, de andere keer terug). Hij is twee keer omgevallen, er is een veer van de middenbok doorgebroken en vandaag heb ik bijna geen remdruk meer op de voorrem. (eerder lekte er remolie uit, die nu de lak van diverse onderdelen aan het opeten is). Maar hij loopt nog, en niet slecht. Soms trillend, soms niet. Ik snap daar niets van (laten we het maar op zijn karakter houden). De tent is in ieder geval weer droog en de slaapmat ook. Door het pasgemaaide gras op deze camping zit morgen alles vol gras. De douce zat alvast vol. Morgen gaan we verder over de 55 naar de 51, waar we al eens waren met erg slecht weer. 
Wat mij betreft is dit de laatste of een na laatste echte vakantiedag. Uiterlijk dinsdag gaan we maar eens retour.
Na deze douche en ronde schone kleren is nu echt alles vuil en ik wil niet meer wassen. Wat ik nu aan heb houd ik aan tot thuis. Jos zou zeggen: “Sau-behr” daarbij duidend op “sauber” en “sau-behr”, “schoon” en “viespoets” tegelijk. Ach, die duitse taal, zo bloemrijk.

23e dag Zondag 09-07 Km 25428-25092=336 Km
Niet slecht. Totaal nu 25428-17628=7800 km!
De 55: Bergen, sneeuw, tunnels. Langs het Jotunheimen nationaalpark tot aan de 51, die dan weer langs de andere kant van het park loopt. Jos rijdt voorop en mist een afslag. Ik stop en verwacht hem terug, dat is zo'n beetje de afspraak. Maar hij verschijnt niet. Na een half uur, en een paar pogingen een stuk verderop te rijden om te kijken waar hij is, rijdt ik maar eens tot ver achter het volgende dorp door. Daar, 12 kilometer verder, staat hij te wachten op een parkeerplaats. Alsof er niets aan de hand is. Blijkbaar heeft ook hij langszaam genoeg van zijn gezelschap.

De 51 valt na het begin (dat tegen viel) helemaal mee. We hadden hem op de heenrit ook al eens gereden, maar toen in mist, regen en kou. Nu schijnt de zon. Een prachtig stuk kaal land met rotsen en hoge pieken vol met sneeuw is het uitzicht. Ik maak er een aantal foto’s, maar herken de plek waar we de eerste keer stopten niet eens meer terug. Jos wel. Hij zegt dat de beek nu een stuk minder heftig is dan toen, en dat er een hoop minder sneeuw ligt. In drie weken!
We hebben weer omelet gegeten in dat reddingsoord van de heenweg, maar nu zonder een grote plas achter de laten. Heerlijk als voorbereiding op de kou van de berg. Vanochtend was het heerlijk, ons ontbijt op een rots aan het meer van de camping. Daarna hebben we toch maar goed ingepakt en dat bleek later nodig.  Op zo’n 1300 meter hoogte is het altijd erg fris. We treffen onderweg een Duitse motorfamilie die weet te vertellen dat er dit jaar nog wel erg veel sneeuw ligt. Dat vinden wij helemaal niet erg. We besluiten een alternatieve route door Noorwegen te nemen tot aan de Zweedse grens. We zitten er nu al op: In plaats van de E16 nemen we de 33,34,4 en 22 tot aan Halden, de grensplaats.

24e dag: Maandag 10-07
We vertrekken uit Dokka van een mooie camping, waar ik 's ochtend vroeg al vechtende eekhoorns heb zitten te bewonderen, en me zitten verbazen over de geluiden die ze maken. We gaan nu weer richting Oslo en het eerste deel van de reis verloopt voorspoedig. We hadden ons voorgenomen via de secundaire wegen langs Oslo te rijden, maar de chaos (ons in het geheel niet meer bekend!) van de Grote Stad begint al voor Oslo en brengt ons prompt in verwarring. Zonder voorrem door Oslo, even vragen naar de weg, het begint te gieten, en voor we het weten zitten we op de snelweg naar Goteborg: FILE. Urenlang regen en nog eens regen, niet van de angstige regen, nee, vol overtuiging storten de druppels neer (een soort kamikaze gedrag, als je het mij vraagt). Dan toch maar de kleine grens via Halden (inkopen doen) en Holtet over. Ik koop nog een aangebroken blik remolie bij een alleraardigste meneer van een tankstation. Hij wilde me erg graag helpen met die olie, maar dacht dat die zo maar even bij te vullen zou zijn. Bij mijn BMW zit dat containertje echter onder de tank. Dat oogt mooi, maar met een volle tank en een tanktas er bovenop schudt je niet in twee ogenblikken dat ding vol. Dus moet ik 2/3 bus kopen, maar wel voor een zeer schappelijke prijs. (die olie komt er tot ik thuis ben niet meer in....)

Nog een laatste bui en het is droog... Snelweg Goteborg, Halmstad, Helsingborg en uiteindelijk Malmo. Onderweg koken we in de luwte van een reclame/infobord op een parkeerplaats. Spaghetti uit blik en vissticks, zoveel als we maar opkrijgen. Dat levert aandacht op van Noren, Zweden en Nederlanders: “Wat doen jullie zo ver van huis?”
Je wil er niet op reageren, het hele geval negeren, maar als ze je recht aankijken met zo’n trouwe honde- en gedeelde smart is halve smart-blik in de ogen, dan heb je eigenlijk al geen keus meer. 

Avontuur, mensen, daar gaat het om, en wat: “ver van huis”?. We zijn al bijna weer thuis! 

Ik geef mijn homepageadres zodat ze mijn reisverhaal kunnen lezen.
Ik heb een natte sok, en mijn helmmuts is uit te wringen. Gelukkig zijn die babyverzorgkamertjes een uitkomst. Er is een gat in de muur waar warme lucht uitkomt. Een soort föhn, waar ik mijn sok door op laat blazen tot-ie droog is, en daarna ook de helmmuts. Aaah, heerlijk droog en warm.
Ik heb 500 ZKR gepind om te tanken en de brug te betalen. Niemand weet precies te vertellen hoeveel dat grapje gaat kosten. Te nieuw zeker.
Het is ongeveer half negen als we weer vertrekken, gesterkt en vol goede moed. De wolken zijn bijna helemaal weg en de maan komt op. Het wordt tien uur en de brug naar Denemarken komt in zicht. We stoppen nog een keer en krijgen gezelschap van een stel Zweden dat naar huis moet. Helemaal naar het onderste puntje van Zweden, dat gaan ze vannacht nog doen. En bij ons groeit het onuitgesproken gevoel dat we nog ver zullen gaan vandaag....

Het meisje aan de kassa bij de brug is van zo’n serene schoonheid dat ik het niet na kan laten haar te zeggen dat ik van haar houd, ze vraagt voor de zekerheid nog eens “You love me?” Ik zeg “YES” en gooi het gas erop. “Auf niemals wiedersehen”. Laten we het erop houden dat ik deliriumachtige gedragingen begin te ontwikkelen, gedragen door het vooruitzicht weer thuis te gaan komen. Om half een stormen we de brug op en de brug stormt behoorlijk terug met een zeer straffe wind van links. Het is een pracht van een ding, zo in het maanlicht. Ik maak een foto (stop dus gewoon op de brug.) die achteraf jammerlijk mislukt. We rijden maar door en ik ben blij dat ik niet erg goed kan zien wat er onder ons is. Ik zie alleen de blikkerige reflecties van water, maar dat het hoog is, dat is zeker. Bij de pilonnen aangekomen krijgen we een behoorlijke afwezigheid van zijwind te verduren, wat surfgedrag opleverd. We zwalken zeker 3 meter naar links op de rijbaan. Na de brug komt een paar kilometer over een kunstmatig eiland, en dan de tunnel. Alle lol voor 170 ZKR. En dan zijn we in Denemarken. Jos neemt onderweg op zijn gevoel (hij zegt wel op basis van de sterren en de maan) een perfecte beslissing voor waar we heen moeten en we denderen maar over de snelweg. Wer moeten nog een keer 130 DKR achterlaten voor de brug tussen Sjaeland en Fyn. De juffrouw wil mijn geld eerst niet aannemen, want door al die regenbuien is het geld in de rode beurs ook "ietwat" verkleurd. Ik laat haar de beurs zien, en ze ziet ongetwijfeld ook mijn algehele deplorabele staat en strijkt over haar hart: de schat, daar zou ik naast wakker willen worden. Ik merk dat ik behoorlijk last van de terugkeer-blues begin te krijgen, want anders zouden die uitgelaten opmerkingen en gedachten niet zo door mijn hoofd spoken en ook nog uitgeproken worden.

We gaan verder op weg naar Kolding en het is ongemerkt 
Dinsdag 11-7
geworden. Wat echter niet ongemerkt voorbij gaat is mijn eerste gemiste moment. Acuut gaat de motor aan de kant. We eten op een parkeerplaats echte Noorse rommegrot met suiker en brood. Even liggen met alle kleren aan en de helm op. Oeps, drie uur verder. We eten wat meer, drinken versgezette "bohnenkaffe" en om half negen gaan we weer op pad. Denemarken gaat voorspoedig, maar de verkeerschaos in Duitsland (Hamburg enzo) vergt weer zijn tol. De oogjes vallen alweer dicht. Om half een stoppen we op een zonovergoten parkeerplaats, eten wat en gaan liggen. Is het zomaar half drie geworden. En het had geregend, maar dat deerde ons weer niet.

Dan is daar het eindschot. We eten friet en schnitzel in een wegrestaurant (terugkeer in de beschaving) en gaan door. Wat prima dat we in een keer door het Ruhrgebied komen. Wel met bergen regen en nog steeds zonder voorrem! Ik ben 2 keer bijna door de “duitse automobilist” van de weg afgereden. Het scheelde echt niets! Dan eindelijk, Nederland. Om half negen rijden we bij Roermond de grens over, na voor mijn gevoel, gigantische omwegen. De kriebels over het weerzien met mijn eigen huis, eigen bed, wc en bad worden nu wel erg snel sterker. We moeten echter bij elk stoplicht, elke spoorwegovergang, stoppen (is dat pesterij?) Om half tien ben ik in Sittard. Helemaal opgeladen van de vermoeidheid en stress. 

Toch nog maar even naar Jan, de aanstichter van al dit onheil. Even over de reis praten, mijn enthousiasme de vrij loop laten, een verstandig mens spreken en de whisky, die altijd klaar staat, afslaan, niet “alleen” thuiskomen.

Hij stormt naar buiten bij het horen van het doeke, doeke, doek van mijn maatje, die me al de kilometers weer trouw heeft gediend, en moet me letterlijk van de motor aflepelen.

Dan naar huis, verwarming, bad, email, en dan aaaah!

KM 27156-25428=1728 km in twee dagen.

 

Statistieken:

De totale reis was 9528 km in 25 dagen.
De motor heeft gemiddeld 1:21,8 gereden
Ik heb 32 keer getankt en 436,81 liter verstookt.

De totale kosten houd ik maar voor me.