![]() |
| Studievaardigheden
en leerfuncties Marianne Elshout-Mohr, Universiteit van Amsterdam, SCO-Kohnstamm Instituut en Instituut voor de Leraren Opleiding; Sylvia Stawski, Universiteit van Amsterdam, Centrum voor Nascholing
Inhoud
Inleiding De studentgerichte oriëntatie vraagt om bijstelling van het denken over studievaardigheden en doceervaardigheden. Studievaardigheden zijn nog steeds 'de vaardigheden die studenten nodig hebben om effectief bruggen te slaan tussen henzelf en het geboden onderwijs'. Het accent ligt echter niet meer zo sterk op de vaardigheid om eigen tempo en strategieën aan te passen aan het aanbod, maar veel meer op de vaardigheid om het onderwijsaanbod toe te snijden op eigen mogelijkheden en wensen. Studievaardigheden zijn vaardigheden in het kiezen en reguleren van de eigen leer- en studieactiviteiten. De belangrijkste doceervaardigheden zijn vanuit deze optiek vaardigheden in het stimuleren, richten, bijsturen en toetsen van de studieactiviteiten van leerlingen en studenten. Bij
pogingen om de overstap naar een studentgerichte aanpak
te maken stuiten docenten op de wederzijdse
afhankelijksrelatie die er tussen docenten en leerlingen
bestaat. De docent kan niet 'loslaten' wat de student
niet overneemt, maar omgekeerd kan de student niet
'overnemen' wat de docent niet loslaat. Een vruchtbare
manier van denken over die onderlinge afhankelijkheid is
gebaseerd op het begrip leerfunctie. Dit begrip is
oorspronkelijk afkomstig van Shuell (zie bijvoorbeeld
Shuell, 1992) en werd door Simons en Vermunt in ons land
geïntroduceerd. Leerfuncties Onderzoek
naar leerfuncties in de praktijk Uiteraard
vroegen wij geen volledig verslag, maar voorbeelden. Aan
deze onderzoeken werd meegedaan door docenten en
leerlingen uit de bovenbouw van Havo en Vwo. Verslagen
van de onderzoeken en uitkomsten (van Elshout-Mohr, Van
Hout-Wolters en H. Broekkamp, 1995,1996) zijn op te
vragen bij de auteur. In de workshop wordt alleen
ingegaan op de gegevens die op het vervullen van
leerfuncties betrekking hebben. We zijn ervan uitgegaan
dat alle activiteiten waarvan leerlingen of docenten
zeggen dat zij 'het leren bevorderden' bijgedragen hebben
aan het vervullen van een leerfunctie. Al die
activiteiten zijn gesorteerd en dit heeft geleid tot de
conclusie dat de activiteiten in vijf categorieën waren
te verdelen. De respondenten noemden vooral activiteiten
die betrekking hadden op de volgende vijf leerfuncties: Deze indeling in vijf leerfuncties is geschikt om te komen tot een overzichtelijke presentatie van de activiteiten die door leerlingen en docenten direct relevant geacht worden voor het bereiken van leerresultaten in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Bovendien is de indeling geschikt om inzicht te krijgen in de werkverdeling tussen docenten en leerlingen. Voor elk van deze vijf leerfuncties geldt namelijk dat zowel docenten als leerlingen er een bijdrage aan kunnen leveren; of zelfs meer dan één bijdrage in verschillende stadia van het leerproces. Functie 1 bijvoorbeeld wordt vervuld als de docent in het begin van een episode aangeeft in welke hoofdstukken informatie te vinden is, maar ook als hij tijdens zelfwerkzaamheidsuren een leerling aanwijst waar bepaalde voorkennis te vinden is. De leerling kan deze zelfde functie ook op diverse momenten en manieren vervullen, bijvoorbeeld door lessen bij te wonen waarin informatie wordt gepresenteerd en door er naslagwerken bij te nemen als de stof moeilijk is. Eigen
lessen analyseren
in termen van leerfuncties De procedure is als volgt: De docenten kiezen een episode, dat wil zeggen een deel van een les, of een paar lessen, waarin zij met de leerlingen een bepaald leerdoel nastreven: bijvoorbeeld, bij Frans, het verschil tussen de imparfait en de passé defini zien en correct kunnen interpreteren; of bij Geschiedenis, begrippen leren kennen die van belang zijn bij het begrijpen van de achtergrond van de Russische Revolutie. Zij gaan voor zichzelf in detail na welke activiteiten zijzelf en de leerlingen uitvoeren en welk van de vijf leerfuncties daarmee gediend is. Dit noteren zij op een werkblad dat is ingedeeld in drie kolommen. In de eerste kolom staan de vijf leerfuncties onder elkaar. In de tweede en derde kolom worden, achter elke leerfunctie, de docent-activiteiten en de leerling-activiteiten genoteerd die met de vervulling van de vijf leerfuncties te maken hebben. Bij het invullen blijkt bij welke leerfuncties veel of weinig activiteiten staan en hoe deze verdeeld zijn over de docent- en leerlingkolom. Het bekijken en onderling vergelijken van de ingevulde werkbladen werkt als eye opener. Deze manier van analyseren van episodes uit de lessen is nieuw en maakt docenten bewust van aspecten van het eigen onderwijs waarbij zij niet eerder stilstonden. Dit brengt hen in een goede startpositie voor het nadenken over bijstelling van het onderdeel, bijvoorbeeld in de richting van meer zelfwerkzaamheid van de leerlingen (het studiehuis). Herverdelen
van leerfuncties brengt verandering mee van vereiste
studievaardigheden Een aantal docenten uit het Scholennetwerk is gaan proefdraaien. Zij kozen een onderdeel waarvan zij hadden geanalyseerd hoe de leerfuncties verdeeld waren en bedachten een nieuwe opzet, waarin leerlingen een groter aandeel vervullen in 'belangrijke' leerfuncties die van oudsher tot het terrein van de docent gerekend werden. Hun ervaring is dat leerlingen hier verschillend op reageren. Sommigen vinden het leuk, anderen hebben tegenzin of zijn er bang voor. Sommigen zijn goed in staat om hun werkzaamheden te plannen en te regelen en om binnen de tijd met opdrachten klaar te zijn, anderen verdwalen en verdoen een hoop tijd aan het van start gaan of het bespreken van enkele deelopdrachten. Naast deze verschillen op het affectieve en het regulerende vlak, zijn er cognitieve verschillen. Sommige leerlingen zijn beter dan anderen in staat om zich snel te oriënteren op nieuwe leerstof, om zichzelf vragen te stellen die de voorkennis te activeren, om zich een mentale voorstelling te vormen van dingen die zij nog niet weten, enzovoort. Het vraagt cognitieve vaardigheden en flexibiliteit om de opdrachten die docenten bedenken op een goede manier te interpreteren en op te pakken. Een van de 'nieuwe' vaardigheden, waar diverse docenten al op zijn gestuit, bestaat uit 'het nauwkeurig lezen van instructies'. In het 'studiehuis' hangt daar heel veel van af. Andere algemene vaardigheden of intellectuele houdingen die meer op de voorgrond lijken te treden zijn 'het leuk vinden om dingen uit te zoeken en te achterhalen waar of hoe je iets kunt ontdekken' en 'net zo lang met iets door willen gaan tot je je doel bereikt hebt'. Workshop-activiteiten -
Op welke affectieve, regulerende en cognitieve
(studie)vaardigheden van leerlingen wordt waarschijnlijk
een extra beroep gedaan bij het overdragen van elk van de
vijf leerfuncties? Correspondentieadres |
| gewijzigd 07-06-99 e-mail naar Marcel Wigman |