Volgende reünie
Wandeling door verleden
Leerlingen-1946-1968
Leraren en personeelslijst
Mgr. J.J. Stassen
Liederen
Reüniecomité
Foto-materiaal
Links
 
Wandeling door verleden
 
Tijdens de eerste reüniedag vond ’s middags een 1,5 uur durende rondwandeling
plaats in kleine groepen ‘jaargenoten’ door de gebouwen en buitenruimten van
Rolduc. Een oud-Rolduciën als ‘moderator’ sneed onderweg gespreksthema’s aan.
Doel van de wandeling was het ophalen van herinneringen en de uitwisseling van
fundamentele ‘levensbagage’ die iedereen heeft opgedaan dankzij zijn verblijf op
Rolduc.
De specifieke plekken die daarbij werden aangedaan vormden daartoe een
bron van inspiratie. De wandeling werd afgesloten met een gezamenlijke bijeenkomst
om 16.00 uur in de AULA MAJOR waar Ton Kock ons op interactieve wijze voorging
in een caleidoscopische beschouwing van anekdotes, ervaringen, citaten,
historische feiten, stukjes film en waarnemingen onder het motto: Rolduciëns, wie
zijn wij eigenlijk …?
 
Al deze verhalen zijn door Ton Kock gebundeld. Hierna een aantal voorbeelden. Smaken deze zes anekdotes naar
meer? Download dan hier de complete tekst met alle onvergetelijke herinneringen!
 
 
 
Stroop in de gordijnen
 
Frans Stenten, lekenleraar Latijn
Bijnaam: Zeus
 
 
Zijn eerste les. We zien een slanke man binnenkomen, lichtgebruinde huid, donkere ogen, zuidelijk type. Zijn mond trekt nerveus. Hij kijkt de klas rond alsof-ie moed verzamelt. Dan zegt hij snel: "Het Latijn kent geen lidwoorden…"
We kijken 'm verbijsterd aan.En zien dat hij onhandig zijn grote bruine boekentas uitpakt. We hebben de man nooit meer serieus kunnen nemen…
 
Vanaf dag 1 was Frans Stenten een leraar die gepest werd. Je zag dat-ie boos was over de streken die we uithaalden, maar hij had nooit verweer. Een pesterij om nooit meer te vergeten was de volgende:
 
Frans Stenten verliet altijd als laatste de klas nadat-ie zorgvuldig zijn omvangrijke boekentas had ingepakt. Op een dag beëindigde de klas de Latijnse les in een onderdrukt-opgewonden sfeer. Er werd zachtjes gegiecheld. Blikken van verstandhouding schoten heen en weer. De een na de ander verliet het klaslokaal met een opgewekt: "Dag mijnheer! Tot ziens mijnheer!" Frans Stenten werd er helemaal blij van. Begon hij dan tóch beter grip op de klas te krijgen?  Toen hij met een opgeruimd gemoed als laatste het lokaal wilde verlaten, gebeurde het.
De buitenste helft van de klink was verwijderd: dus stond hij met een halve klink in zijn hand.
En de deur was hermetisch op slot. Maar wat veel erger was: de klink was ingesmeerd met vette, prima rinse appelstroop… Het klaslokaal lag aan het kleine binnenhof bij de kerk. We waren met z'n allen omgelopen om van buiten het tafereel in de klas te kunnen aanschouwen. We zagen een furieuze Frans Stenten die met een schreeuw van woede de klink van zich afgooide, en vertwijfeld heen en weer keek tussen de deur, zijn tas en zijn broekzak waarin zich waarschijnlijk een onberispelijk schone zakdoek bevond... Toen bedacht hij zich en met een verbeten gezicht beende hij op het raam af. We stoven weg! Van een afstand zagen we dat Frans Stenten zijn stroophand met driftige gebaren afveegde aan de groengrijze gordijnen bij het raam. Daarna zwaaide het raam open.
Er werd een overvolle boekentas naar buiten gegooid. Onhandig klauterde Frans Stenten naar buiten. Benen en kont het eerst, daarna zijn bovenlijf. Zo snel als we konden verdwenen we in alle windrichtingen.
 
We hebben nooit geweten waarover Frans zich meer geneerde. De vreselijke poets die hem was gebakken of de viezigheid die hij op de gordijnen had gesmeerd. We hebben er nooit meer iets over gehoord.
 
 
 
De peuken in de blauwe vaas
Dr. Pop, leraar natuurkunde
Bijnaam: De Peuk
 
Zijn natuurkundelessen  ('natte his' van doctor Pop…) waren vermaard.
Hij was een kettingroker zonder weerga. Nooit  klopte hij  de as van zijn sigaret.
Hij liet de half opgerookte sigaret met lange askegel en al in een hoge blauwe glazen vaas vallen, waar ze terecht kwam temidden van een grote hoeveelheid nasmeulende sigarettenpeuken. Gedurende de gehele les kwam er een gestage grijze walm uit de blauwe vaas.
 
Aan het begin van de les had hij onder het bidden al een verse sigaret in de hand. Aan het eind van de les gooide hij zijn laatste brandende sigaret in de vaas, ruimde  onder het bidden zijn werktafel op, zodat-ie het klaslokaal snel kon verlaten. Waarschijnlijk om elders snel een sigaret te kunnen opsteken.
Hij was gepromoveerd op het onderwerp Spiertrekkingen van de rechterachterpoot van een Japanse kikker. Ook scheen hij een dissertatie geschreven te hebben over De stofwisseling van groene algen. Hij was een prima docent. Zijn les 'determineren van een bloem' was steeds een groot succes. Op 'n keer was hij een tijdje afwezig wegens ziekte. Zijn vervanger leerde ons dat er nog heel andere aspecten in de 'natte his' waren dan bloemen, algen en kikkers. We werden ingewijd in geheel nieuwe onderwerpen zoals de evolutietheorie en het voortplantingsgedrag bij apen. Het was daarna nog lang onrustig in en buiten de recreatiezalen…
 
Soms had Pop uitspraken die je lang bijbleven. Zoals: "Het belangrijkste aan de mens is dat hij kan vergeten. Zou je niet kunnen vergeten dan was je als baby na 1 jaar al gek…!"
Of: "God? Wij kunnen hem niet zien, want hij heeft geen licht aan…"
Ondanks zijn buitensporig rookgedrag is hij 80 jaar oud geworden…
 
De cent op de klink
    
Kuiten' is een term die alleen oud-Rolduciëns kennen.
Het begon altijd onverwacht. En alsof er een knop werd omgezet, deed iedereen er onmiddellijk volop aan mee.
Kuiten: dat is grappen en grollen uithalen op de slaapzalen. Een bal overgooien van chambrette naar chambrette. Over de rand van de houten tussenschotten lopen,  je vasthoudend aan de hanenbalken aan het plafond. Uit volle borst scabreuze liedjes zingen.
Luidkeels schuine moppen vertellen. En vooral lachen, veel lachen…
Als een surveillant je betrapte had je pech.  Een hele middag strafregels schrijven was geen uitzondering. Om ons te betrappen openden ze héél zachtjes de deur, liepen op hun tenen door het gangpad, en rukten - bij de ergste boosdoener aangekomen - onverhoeds het gordijn van het chambrette open.
"Zo Jansen", klonk het dan scherp, "jij bent de sigaar!! Morgenvroeg half negen op mijn kamer!!"
In de dodelijke stilte die dan volgde, kon je een speld horen vallen.
 
Een slimmerik had een waarschuwingsmechanisme bedacht: een cent op de klink.
En inderdaad: een surveillant deed zachtjes de deur open,  je hoorde de cent op de grond vallen en wegrollen over de naar boenwas ruikende parketvloer… Meteen klonken de sissende waarschuwingsgeluiden over de slaapzaal. Waarna iedereen in stilte afwachtte wat er ging gebeuren. Je hoorde driftige voetstappen en de ruisende rok van een priester over het gangpad bewegen. Tot aan de wasbakken en weer terug naar de hoge deur.
Die zich opende en weer dicht ging.Even was het stil. Toen klonk een opgewonden fluisterstem: "Is-ie weg…?"
Waarna de sonore stem van de Bulles over het dortoir galmde: "Nee vrind…, ik bén d'r nog…!!
 
De voettocht naar het kapelletje van Leenhof.
Jaarlijks was er de voettocht naar het kapelletje van Leenhof in Schaesberg. Een langgerekt lint van biddende - nou ja, biddende… : keuvelende - jongens die onderweg waren door het zacht glooiende Limburgse landschap. Mensen die elkaar op straat aanstootten en met hun hoofd wezen: "Dao junt de jungsjere va de paadere va Rôôlllduc…!"
Of nog erger: "Dao junt de jonge vannut gesjtich…!"
 
 
De gevallen bisschop
De viering van 850 jaar Rolduc. Bisschop Hansen is de eregast. Een fraai gecapitonneerde stoel is als een troon op een podium voor hem klaar gezet. Met alle gewichtigheid van mijter, staf en gewaad van goudbrokaat schrijdt zijne eminentie binnen. Hij betreedt het podium en gaat waardig zitten. Helaas, de troon blijkt 'op scherp' te staan.  Tergend langzaam glijdt de zetel, gevuld met een verbijsterd kijkende bisschop,  achterover. Omdat hij zich probeert te verzetten tegen een onvermijdelijke val buigt  bisschop Hansen voorover. Maar daardoor glijdt de mijter voor zijn ogen zodat hij niets meer ziet... Dan valt met donderend geraas de troon om en komt achter het podium terecht. De zaal krijgt zicht op de lange witte onderbroek van de bisschop die met de benen omhoog uit zijn benarde positie probeert te komen.
Iedereen die dit voorval heeft bijgewoond, zal dit beeld zijn leven lang niet meer kwijt raken.
Met recht een voorbeeld van  een 'gevallen bisschop'…
 
 
De vliegende wijwaterkwast
Zondagochtend. Weliswaar vroeg opstaan maar toch later dan alle andere dagen van de week. Knielen op de geribbelde kniekussentjes in de kerkbanken. Het relaxte perspectief van een lange vrije dag. Jezelf dus toestaan dat de slaap nog even bezit neemt van lichaam en geest. Ellebogen op de bank. Hoofd diep tussen de schouders zodat het lijkt alsof je in devote meditatie verzonken bent. De edele kunst van het rechtop slapen.
Aan de randen van je brein klinkt het 'asperges me'.
Plotseling bruut wakker worden door een plens  water van de wijwaterkwast die de celebrant - schrijdend door het middenpad - met nauw verholen plezier in je gezicht leegzwiept….
 
Maar ja, ook hier geldt: het 'kwaad' straft zichzelf.
Op een mooie zondagochtend loopt de celebrant - was het Penders? -  krachtig zwaaiend en sproeiend door het middenpad. Hup, weer een plens water. Hup, en nog een douche…!
En dan… bij een extra krachtige zwieper… schiet de lange kwast van het heft af en zeilt met een grote boog door de kerk. Hoger, steeds hoger, tot vlak bij de plafondschilderingen, om dan met een sierlijke curve in een zijbeuk terecht te komen waar hij met keihard gerinkel op de plavuizen neersmakt.
Een homerisch gelach schalt uit alle jongenskelen.
Beteuterd staat de celebrant even stil en loopt dan met verbeten passen terug naar het priesterkoor, terwijl een misdienaar - de nog halfvolle  wijwateremmer met zich meetorsend - met korte beentjes en trippelpasjes achter hem aanholt.
Een voorval dat je je heel lang niet herinnert, maat dat je met geen mogelijkheid meer kunt vergeten...