Terug

                                                                                

Studentenvereniging “Utile Dulci”.

 

                                                                                                 Secretariaat:

                                                                                                 Paul Wessing

                                                                                                 Scheidemakershof 38 B,

                                                                                                 6511 KJ Nijmegen.

                                                                                                 GSM: 06-22877808

                                                                                                 E-mailadres:

 

 

 

NIEUWSBRIEF maart 2010                                 Vraag: de vraag, of vrouwen in het

                                                                                  donker blozen, is een zeer

                                                                                  moeilijke vraag, en zeker

                                                                                  een die zich niet bij het licht

                                                                                  beantwoorden laat.

                                                                                  (G.C. Lichtenberg)

 

 

 

  1. Hoe tem ik een filosoof?

 

“Dit is het geheim: stel een vraag. Filosofen zijn verslaafd aan vragen als

paarden aan suikerklontjes.  Geef ze een dubieuze kwestie en ze eten uit je hand.

Houd een vraagteken aan een hengel voor hun neus en als trouwe muilezels stampen ze voort, happend naar ieder brokje duisterheid en hun lippen uitstrekkend naar elke opgeworpen twijfel.

Dit was de truc.  Een kort ‘waarom’ is voldoende om ze te laten knielen, zodat je op hun schouders kunt klimmen: sturen met mitsen en maren en prikkelen met de sporen van onzekerheden.  Begin een zin met ‘hoe’ en de wijsgerige tijgers openen hun muil waar je met alle gemak een paar minuten je hoofd in kan verstoppen”.

Uit de roman: “Het wezen moet verschijnen”, René van Delft, Amsterdam 2009.

 

  1. Ad Valvas.

 

  1. Mentoraat Studiecentrum Nijmegen.

Met ingang van 1 februari 2010 is dr. Toon Bosch afgetreden als mentor van het studiecentrum Nijmegen.  In zijn plaats zal fungeren dr. Jeroen Vanheste, filosoof. Telefoon:  024-3612000; e-mail: Jeroen.Vanheste@ou.nl.  De functie van een mentor is om studenten hulp en bijstand op velerlei terreinen te verlenen, maar vooral natuurlijk op studiegebied.  Je kunt je steeds tot dr. Vanheste wenden om mogelijke problemen aan te kaarten.

  1. Op maandag 1 maart a.s. zullen onze leden Julie Marx en Ank Hamers ieder voor zich een deel van hun intellectuele bagage aan ons etaleren.

Ank zal spreken over: Geëmailleerde terracotta van de Florentijnse familie Della Robbia

Julie zal ons vertellen over: Grafmonumenten in de Santa Croce te Florence.

Een reden te meer om maandag voltallig te verschijnen.

C .Op vrijdag 12 maart 2010 vindt de lustrumdag van studentenvereniging “De Verlichting” in het studiecentrum te Eindhoven plaats.  Aanvang: 10.00-10.30 uur, einde 17.00 uur.

Aanmelden kon tot 15 februari j.l., maar misschien zijn er nog plaatsen vrij, zodat aanmelding nog mogelijk is.  Je kunt het proberen.

d.   Op maandag 12 april(!! 2e. Paasdag valt op maandag 5 april) zal Josien van Klaveren een lezing houden over de auteur Voskuil, die verantwoordelijk is voor het magnum opus “Het Bureau”.  Het spreekt vanzelf, dat eeniegelijk zich met bekwame spoed naar Rosmalen begeeft om deze lezing bij te wonen.

e.  Op dinsdag 13 april 2010 zal Dr. Jos Pouls in het studiecentrum Nijmegen een lezing houden over: Richard Meier versus Renzo Piano: twee moderne kerken in Italië met elkaar vergeleken.  Het bijwonen van deze avond levert jullie studie-uren op   Aanvang: 19.30 uur. Aanmelden bij het studiecentrum Nijmegen.

f.   Op vrijdag 16 april zal de jaarlijkse regionale studiedag in Eindhoven plaats vinden.  Nadere informatie volgt nog.

g.  Op zaterdag 9 oktober 2010 zal de landelijke dag Algemene Cultuurwetenschappen plaats vinden.  Hierover zullen jullie nog uitgebreid worden ingelicht.

 

  1. Paul Wessing: Kluun, een Nederlandse schrijver, die schrijft op Libelle-niveau.

       Dikke Van Dale: Kluun= rechtop te velde staand nat turfje.

       Wat mogen wij verwachten van een rechtop te velde staand nat turfje, dat schrijft op

       Libelle-niveau?  Antwoorden graag voor 1 maart a.s. bij mij inleveren.

 

  1. Maandag 1 februari 2010.

 

De maandelijkse Utile-Dulci-avond begon gewoontegetrouw met het doen van mededelingen zijdens de interim-voorzitter.   Zij stelde onder meer vast, dat verstek hadden laten gaan met bericht van verhindering:

Franz Bakker, Riet Mariën, Monique van Lanschot, José Mutsaerts, Annemiek van de Pas, M. Slot

Het adspirantlid Lien van Horen was verhinderd

Het nieuwe lid Marion Busch ontving een gloednieuwe beker met UD-logo.

 

Vervolgens werd de spreker van deze avond ingeleid en ingeluid. Het ging om de heer Joost Langeveld, muzicus en muzicoloog  Hij zou spreken over de componist DeBussy en over moderne muziek.

 

“Muziekliefhebbers hebben grote moeite met nieuwe muziek.  De kloof tussen de zogeheten klassieke muziek en de moderne of nieuwe muziek wordt steeds groter.

De kloof begon te ontstaan ongeveer bij DeBussy.  Hij was een vernieuwer. Merkwaardig is, dat hij niet uit een muzikaal milieu kwam.  Tegelijkerijd kan dit de verklaring vormen voor zijn originaliteit en vernieuwingsdrang: immers hij was niet belast met muzikale theorieën en een muzikale traditie.

 

Tot in de 19e. eeuw heeft men altijd eigentijdse muziek gespeeld: bijv. Schuman.  Bach vond men bijvoorbeeld verouderd.

Heden ten dage is dit juist omgekeerd. Men speelt vrijwel alleen maar klassieken. De modernen lijden een kwijnend gesubsidieerd bestaan.

 

Men mist heden ten dag houvast.  De aanknopingspunten zijn we kwijt geraakt.  Nu lopen muziek en begeleiding door elkaar heen.  De vaste toonsoort en de vaste maatsoort ontbreken.

Wat wij horen is niet meer vertrouwd.  De traditionele ordeningen worden opgelost en vervangen door nieuwe ordeningen.

 

De heer Langeveld laat ons een traditioneel werk horen: Impromptu in As groot van Schubert.  We horen tradtionele kaders, ingesleten conventies door de eeuwen heen zoals een duideliijke melodie/helder geleid, melodie en begeleiding zijn helder gescheiden; ¾ maat, dus een duidelijke maatsoort, steeds veelvouden van 4+4 maten, dus er wordt helder geperiodiseerd.

We horen een piano: het gaat uiteraard om de toonladder van 8 noten. We horen de do, de eerste en debelangrijkste noot en we horen  de sol, de vijfde noot, die de op één  na belangrijkste noot is op de ladder.

 

Dan horen we ter vergelijking muziek van DeBussy, namelijk Prélude a l’apres-midi d’un Faune.  We horen een fluit, de fluit van de Faun, die Pan is.

We stellen vast, dat er een voortgang van de muziek in de tijd is, je kunt niet meer meetellen.

De toon wordt nu over een maat heengetrokken.  Dan weer wordt de muziek een tijdje stilgezet. Je raakt het gevoel voor beweging kwijt.  DeBussy maakt organische muziek zoals de beweging van het water, eb en vloed.

DeBussy maakt gebruik van een ongewone samenstelling van muziekinstrumenten: veel houtblazers, geen of weinig strijkers.  Er zijn nauwelijks slagwerkers, maar wel horen we een harp.  Hij gebruikt steeds stukjes van een orkest:

De fluit begint, dan zet de hobo in, zij spelen samen, vervolgens neemt de hobo het alleen over, onmerkbaar; dan de hobo met de klarinet, hobo stopt en de klarinet gaat alleen verder enz.  Er vinden dus steeds klankverschuivingen plaats (Klangfarbenmelodie).  Het timbre wordt experimenteel, minder geleed.

Wat betreft het volume bouwt hij een crescendo op, heel onverwacht.  Merkwaardig genoeg sluit hij niet af. Het lijkt of er geen einde is.

 

De toonsoort. Er is geen afgeronde melodie.  Deze begint middenin en houdt ergens in het midden op.  De melodie begint op de 6e. noot in plaats van op de 1e. of de 5e. op de toonladder. De 6e. is een relatief onbelangrijke toon in de klassieke traditie.

DeBussy gebruikt op de toonladder alle tussentonen(12 stuks). Normaal is: 7.  DeBussy komt op een noot uit, die niet op de toonladder staat.  Daardoor wordt lange tijd onzeker in welke toonsoort het stuk is geschreven.  DeBussy hanteert een zwevende tonaliteit: de toonsoort is vaag, zwevend, verwaterd.

Zijn muziek is vaak vergeleken met arabesques. DeBussy noemt zijn muziek vaak zo.

De opbouw van het hele stuk is echter tamelijk traditioneel.

 

Zijn muziek maakt de weg vrij voor de 20e. eeuwse muziek.  In deze eeuw worden andere ordeningen aangebracht bijvoorbeeld men laat de toonsoorten weg.

Overeenkomstig het impressionisme gaat het nu om sfeer, spel, fluïdum.  Je moet er bij zijn, zonder dat je weet, waar het naar toe gaat.

 

Genealogie van het stuk:

 

- Francois Boucher(1703-1770) schildert in 1730 Pan et les Nymphes.

- Mallarmé, de grote Franse dichter, schrijft een gedicht, waarin hij van Pan een faun maakt.

  Het gedicht gaat over droom en/of werkelijkheid, het zweeft tussen waken en dromen.

-          -          DeBussy schrijft zijn muziekstuk, dat hier aan de orde is.  Het heeft dat vage, half dromerige van het gedicht van Mallarmé.

-          -          Matisse, de impressionistische schilder heeft diverse etsen gemaakt van fauns en van nymphen.

-          -          Sergej Diaghilev (1872-1929), Russische componist en impresario.  Hij gebruikte voor balletten de muziek van onder meer DeBussy en zette voor de balletstukken de danser Vatslav Nijinski in.  Een van zijn producties was l’Apres-midi d’un Faune.

-          -          Thomas Mann: auteur van “Der Zauberberg”.  De lievelingsmuziek van de protagonist H. Castorp is de muziek van DeBussy: Nachmittag eines Fauns.  Deze muziek wordt in dit boek een metafoor van zijn ziekte.  Zijn ziekte laat hem op de Toverberg afstand nemen van al zijn wereldse verplichtingen in het dal.  Dit zit in de muziek: het is onbestemd, je hoeft niets.

 

DeBussy maakt de weg vrij voor nieuwe ontwikkelingen in de 20e. eeuw.

De componisten doen nu bij stukjes, wat DeBussy in zijn gehele stuk doet. Bij voorbeeld: Schönberg laat in 1907 de tonaliteit los, hij zet alle toonsoorten overboord.  Er is geen sprake meer van hiërarchie tussen de tonen. Alle tonen zijn even belangrijk.

  1. Tonaliteit: Schönberg, 2e. strijkorkest.  Hij begint tonaal, maar hij wisselt snel van toonaarden. Zijn complete a-tonaliteit is heel experimenteel.  Overigens is zijn muziek alleen op dit punt experimenteel. Verder is zijn muziek traditioneel.
  2. Rhythmiek: Strawinsky. Hij maakte Russische baletten gebaseerd op folkloristische muziek o,a, Sacre du Printemps of Danses des adolescenses. In dit stuk komen de klappen op de verkeerde tel; dus op punten waarop normaal geen accent valt,legt Strawinsky het accent om de maatsoort te doorbreken. Je raakt letterlijk de tel kwijt.  Het accoord wordt als een slagwerk gebruikt.  Dans sacrale: er gebeurt niets, maar alleen de rhythmiek is compleet onvoorspelbaar.  Harde klappen op onverwachte momenten. De beginklap rekt hij op en laat deze groeien.  Dit is een klassiek procédé.
  3. Timbre: Ravel, “Boléro”.  Er gebeurt bijna niets. Het rhythme is steeds het zelfde, zeer traditioneel stuk.  Er is sprake van twee melodieën.  Wat hij echter doet is de klankkleur steeds een beetje veranderen in experimentele combinaties.   “Daphne et Chloé”: er heerst leegte. Er zijn vele lege ruimte.  Het stuk wordt gekleurd.  Met het rhythme en de melodie gebeurt weinig.  Er komen steeds meer muziekinstrumenten bij.
  4. Klankleer: klankkleur”.

 

  1. Prijsvraag.

 

Het bestuur organiseert tot wederopzeggens een literaire prijsvraag.  Telkens wordt een fragment proza/poëzie opgegeven.  Jullie dienen dan te raden uit welk werk dit fragment  en wie de schrijver van het stuk is.  Oplossingen graag per e-mail aan mij toesturen.  De eerste e-mailer is de winnaar, mits hij/zij het goede antwoord geeft.  Ik ben de jury, dus eerlijkheid is troef. De prijs is een beker met UD-logo.  Bovendien, voordat er critische vragen komen: ik ben zelf van deelname uitgesloten, omdat ik al een beker heb. 

Nu volgt het fragment, dat nu nog gemakkelijk gemaakt is door het noemen van namen:

 

“Dan licht Rainer de vrije wil toe die de mens heeft.  Sophie zegt, dat de intellectueel zelfs nog aan de vrije wil vasthoudt als hij niets meer te vreten heeft.

Rainer zegt: ‘ik ben die intellectueel waar je het over hebt’.  Sophie zegt, het streven naar het beroep van intellectueel eindigt uiteindelijk met het overnemen van de ideologie van de intellectueel.  Plotseling gaat elke problematiek domineren die uit de bevrijding van de materiële productie voortkomt. Zo ontstaat er een scheve wereld en die verdedigt zichzelf tegen al het andere”.

 

 

Nijmegen, 22 februari 2010-02-22

 

 

 

Paul Wessing, secretaris h.t.