VOR Themaconferentie 2005

2 december 2005, Campus Universiteit Twente

 Assessment als motor voor leren

 

Programma

In de ochtend is er een plenair debat. ’s Middags zijn er parallelsessies, waarin onderwijspractici (schoolleiders, docenten en anderen) in gesprek gaan met onderzoekers uit de divisies van de VOR. Practici brengen ervaringen, ideeën en vragen in, onderzoekers geven aan hoe onderzoek een bijdrage kan leveren aan het oplossen van gesignaleerde vraagstukken. Dat betekent dat de themaconferentie niet alleen bedoeld is voor onderwijsonderzoekers, maar zeker ook voor schoolleiders, docenten en andere praktijkvertegenwoordigers.

10.00 - 10.30 Ontvangst met koffie/thee (De Waaier)
10.30 - 10.45 Welkomstwoord
Wim Jochems (voorzitter VOR)
10.45 - 12.00 Plenair debat Zelfevaluatie door scholen: Hefboom voor onderwijsverbetering?
Jan van den Akker (SLO en Universiteit Twente), Frank Jansma (Stichting Beroepskwaliteit Leraren), Frans Janssens (Inspectie van het Onderwijs en Universiteit Twente), Harry Claessen (Twents Carmel College) en Wilmad Kuiper (voorzitter; VOR-divisie Curriculum).

Het leerplanbeleid in Nederland kenmerkt zich door een groeiende autonomie voor scholen. De overheid heeft recentelijk nieuwe landelijke leerplankaders (kerndoelen) vastgesteld voor het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs die minder gedetailleerd zijn uitgewerkt dan voorheen en dus de nodige speelruimte bieden en die bovendien nog slechts een deel van de beschikbare tijd bestrijken. Scholen krijgen meer ruimte om een eigen (vernieuwings)koers te varen en zich inhoudelijk te profileren.

Echter, de beschikbare speelruimte is tegelijk ook begrensd. Iedere school zal immers de landelijk vastgestelde kerndoelen moeten zien te realiseren en zal verantwoording moeten afleggen van de wijze waarop de ‘vrijheid in gebondenheid’ wordt ingevuld. Gegeven haar taakstelling speelt de inspectie bij dit alles een tweeledige rol. Zij beoordeelt de kwaliteit van het door de school verzorgde onderwijs, onder andere via periodiek kwaliteitsonderzoek, en zij bevordert de kwaliteit, met zelfevaluatie door de school als aanjager.

De verwachtingen omtrent zelfevaluatie door scholen zijn hooggespannen. Menigeen beschouwt het als een belangrijk vehikel voor het ontwikkelen van het zelfregulerend vermogen van een school – het vermogen om zelf, eventueel met externe ondersteuning, het eigen onderwijs te verbeteren. Zelfevaluatie dus als een hefboom voor verbetering van de kwaliteit van het onderwijs van onderop en, in relatie daarmee, voor schoolontwikkeling en professionele ontwikkeling van docenten. Zijn dat gerechtvaardigde ambities of koesteren we ijdele hoop? Meer specifieke vragen in dit verband zijn:

  • Op welke aspecten dienen zelfevaluaties door scholen zich te richten willen ze daadwerkelijk bijdragen aan onderwijsverbetering (incl. school- en docentontwikkeling)?
  • Wat zijn ervaringen van scholen? Onderschrijven die het vermeende belang van zelfevaluatie? Voelen zij zich voldoende toegerust tot en ondersteund bij de realisering van een zelfevaluatie?
  • Wat is de rol van externe instanties, waaronder de inspectie, in deze? Brengt de combinatie van beoordelen en bevorderen van kwaliteit de inspectie niet in een welhaast onmogelijke spagaat? Zou het niet beter zijn de kwaliteitsbevorderende taak over te laten aan anderen, en wie zijn dan die anderen?
12.00 - 13.15 Lunch (Drienerburght)
13.15 - 14.30 Parallelsessie I

Beroepsonderwijs en Bedrijfsopleidingen: Assessment: wie heeft er wat aan?
Harm Tillema (Universiteit Leiden) en Sasja Dirkse-Hulscher (Adviesbureau 2knowhow)

Assessment heeft een hoge vlucht genomen in tal van arbeidsorganisaties: om medewerkers te screenen, om voortgang te bewaken, om loopbanen te plannen, om talent te organiseren. Maar wat is nu de kwaliteit van assessments? Hoe goed wordt er gemeten en beoordeeld en worden assessments wel op een deugdelijke manier gebruikt? In de presentatie komen ervaringen en bevindingen aan bod van het werken met assessments in arbeidsorganisaties en de richting die daarbij wordt ingeslagen: for better or for worse...?

Beleid en Organisatie: Assessment door overheidstoezicht: mogelijkheden en ontwikkelingen
Martien Hietbrink (AOb / Avmo), Anne Bert Dijkstra (Inspectie van het Onderwijs), Frans Janssens (Inspectie van het Onderwijs) en Sjaak Braster (Universiteit Utrecht)

Vanaf de totstandkoming van een nationaal onderwijsbestel in Nederland leveren schoolopzieners een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het onderwijs. De rol van de onderwijsinspectie is de laatste jaren door nieuwe wetgeving versterkt. Reden genoeg om in te gaan op de instrumenten waarmee de inspectie het toezicht vorm geeft, de effecten van dat toezicht en de nieuwe ontwikkelingen in het beleid. Na een inleiding door twee onderwijsinspecteurs over het overheidstoezicht in het heden en de toekomst is er in deze sessie voorzien in een reactie vanuit de wereld van de wetenschap en vanuit de schoolpraktijk.

Lerarenopleiding en Leraarsgedrag: Assessment en werkplekleren door zij-instromers
Ruud Klarus (HAN en STOAS Hogeschool) en Jan Smits (HAN)

In de leer-werkpraktijk van zij-instromers speelt assessment een tweevoudige rol. Assessmentprocedures sturen het leren/leertraject dat zij-instromers doorlopen en andersom is de leer-werkpraktijk van zij-instromers van invloed op de manier waarop beoordelen/assessment vorm krijgt. Deze tweezijdigheid wordt in de presentatie toegelicht, waarbij tevens gereflecteerd wordt op de vraag hoe onderzoek een bijdrage kan leveren aan het verhelderen en verbeteren van de relatie tussen assessment en leren (op de werkplek). Anders geformuleerd, hoe kunnen we ervoor zorgen dat de staart de hond niet alleen in beweging zet, maar dat dit ook nog op een betekenisvolle manier gebeurt?

Methodologie en Evaluatie: Wat gebeurt er met centrale examens als het onderwijs verandert?
Ed Kremers (Cito), Gerard Boeijen (Cito), Erna van Hest (Cito) en Albert van der Werf (Openbare Scholengemeenschap Hengelo)

Onderwijsvernieuwing in het voortgezet onderwijs moet ook vertaald worden in de afsluitende toetsing zoals centrale examens. Daarom zijn bij sommige centrale examens in het voortgezet onderwijs recent een aantal veranderingen doorgevoerd en zijn experimenten gestart die ook moeten leiden tot verdere aanpassing van de examens. Drie sprekers van Cito gaan in op meer flexibel examineren, het gebruik van de computer bij examens en het combineren van praktijk en theorie in examens. Een spreker uit de onderwijspraktijk becommentarieert de rol van centrale examens en de waarde van deze veranderingen voor de onderwijspraktijk.

14.30 - 15.00 Pauze
15.00 - 16.15 Parallelsessie II

Curriculum: Assessment als richtsnoer voor de kwaliteit van het aanbod
Thoni Houtveen (UU), Ed Koekebacker (CED) en Anneke Smits (Hogeschool Windesheim)

Het gebruik van binnen het onderwijs verzamelde gegevens blijkt zeer waardevol voor het ontwikkelen van kwaliteitsbeleid binnen de scholen en geeft daarmee een geweldige impuls aan zowel het leren van leraren als aan het leren van leerlingen. Dat leert de ervaring in diverse vernieuwingsprojecten op het gebied van het verbeteren van leesprestaties in het (speciaal)basisonderwijs. Daarbij gaat het niet alleen om het gebruik van toetsgegevens, maar tevens om observatiegegevens van leerkrachtgedrag en gegevens over schoolleiding en schoolcultuur. In de vernieuwingsprojecten wordt gedurende 3 à 4 jaar intensief samengewerkt tussen onderzoekers, curriculumontwikkelaars, schoolbegeleiders en scholen. In deze sessie wordt aan de hand van casussen gedemonstreerd hoe gewerkt wordt met genoemde gegevens. Dit gebeurt vanuit het perspectief van de onderzoeker, schoolbegeleider en schoolleiding. Het accent ligt op kwaliteit en gebruik van leesmethoden. Deze factoren blijken cruciaal.

 ICT: ICT-ondersteunde assessment: een oplossing voor vele vraagstukken?!
Ton Plug (Hogeschool van Amsterdam), Michiel van Geloven (Digitale Universiteit) en Arie Wilschut (Educatieve Hogeschool van Amsterdam)

Assessment is in het hoger onderwijs steeds vaker punt van aandacht - en ook van zorg. Competentiegericht onderwijs vraagt om andere vormen van assessment die al gauw leiden tot een toenemende docentbelasting. Mede daarom zien we veel projecten waar gewerkt wordt aan ICT-toepassingen om de docentbelasting ten aanzien van assessment te verlichten, en bij voorkeur ook meteen een kwaliteitsslag wordt gemaakt. In deze presentatie wordt een overzicht gegeven van recente projecten die zijn uitgevoerd binnen de Digitale Universiteit en betrekking hebben op ICT-ondersteunde vormen van assessment. Een daarvan betreft het gebruik van webtoetsen binnen de lerarenopleidingen. De sprekers laten zien hoe uiterlijk zeer klassieke (digitale) toetsen een goede bijdrage leveren aan competentiegericht onderwijs en een bewezen verlichting van de docentbelasting geven.

 Leren en Instructie: Competentie-assessment voor competentie-ontwikkeling

Presentatie 1: Een curriculumcasco als hulpmiddel bij de ontwikkeling van assessments
Nicoline Hollanders (Hollandidact en Hogeschool Utrecht), Frans Prins (Open Universiteit Nederland)

Bij de Hogeschool Utrecht is een curriculumcasco (model) ontwikkeld ten behoeve van de ontwikkeling van competentiegericht onderwijs waar assessments deel van uitmaken. Het curriculumcasco dat het fundament van de opleidingen is, biedt de ontwikkelaars de mogelijkheid, afhankelijk van de eisen die het beroepenveld stelt, accenten te leggen. Accenten met betrekking tot de opbouw en didactiek van het curriculum en accenten met betrekking tot de toetsing. De ontwikkeling van de student tot een beginnend competent beroepsbeoefenaar staat in het model centraal. Het model kan gebruikt worden als advance organizer voor studenten en docenten en geeft curriculumontwikkelaars handvatten de assessments vorm te geven.

Presentatie 2: Monitoring van competentieontwikkeling in het oplossen van klinische problemen
Stephan Ramaekers (IVLOS/UU) en Wim Kremer (Faculteit der Diergeneeskunde UU)

De ‘klinische lessen’ in de studie diergeneeskunde zijn gericht op de ontwikkeling van competenties op het terrein van het klinisch redeneren. Aan de hand van een casus oefenen studenten met het onderzoeken/exploreren van een veterinair probleem, het stellen van een diagnose en het nemen van beslissingen over de aanpak daarvan. Beoordeling van competenties zou niet alleen gericht moeten zijn op de uiteindelijke uitkomsten, maar ook op de onderliggende processen (redeneren, nemen beslissingen in onzekerheid, integreren van klinische inzichten aan fundamenteler biomedische/wetenschappelijke noties). Hoe kan competentieontwikkeling over langere termijn, en in een variatie aan situaties, worden gemonitord? In hoeverre is de wijze waarop ervaren dierenartsen / experts klinische problemen oplossen een bruikbare referentie om de ontwikkeling van studenten tegen af te zetten?

Hoger Onderwijs Het nieuwe leren en assessment in het HBO en WO
Harald Limpens (coördinator SBRM Hogeschool Zuyd), studenten van de opleiding SBRM, Mien Segers (Universiteit Leiden en Universiteit Maastricht)

Deze presentatie heeft het karakter van een workshop. Centraal staat de problematiek van toetsing en assessment in een HBO-opleiding, in dit geval de opleiding Small Business and Retail Management (SBRM) van de Hogeschool Zuyd. Een docent en enkele studenten van deze opleiding doen de aftrap. Zij geven een korte schets van de vernieuwingsdoelstelling en van problemen waar je tegenaan loopt bij het vormgeven van toetsing en assessment in een vernieuwingscontext. Na deze insteek vanuit de praktijk wordt door Mien Seegers het onderzoeksperspectief belicht door de formulering van enkele uitgangspunten voor en mogelijkheden en beperkingen van assessment. Daarna is er voor de deelnemers aan de workshop ruim gelegenheid voor het bespreken en uitwerken van de casus. De workshop wordt afgesloten met een reactie van de deelnemers van Hogeschool Zuyd op dat wat tijdens de discussie voor het voetlicht is gekomen..

16.15 Borrel (Faculty Club)